Het werk gaat door

De zomer is aangebroken. In Nederland heeft iedereen de afgelopen weken van heerlijk zonnig weer genoten en hier in Griekenland is dat niet anders. Sinds ongeveer 2 maanden is het winterweer gelukkig echt voorbij en langzaamaan wordt de hitte intenser. Er is een hoop gebeurd in de afgelopen maanden en het leek me hoog tijd om jullie te vertellen hoe het er hier voor staat.

Op dit moment ben ik onderweg vanuit Samos terug naar Lesbos. De afgelopen week ben ik hier op Samos geweest omdat EuroRelief hier een nieuw project wil opzetten. We zijn nog in de oriënterende fase en het is nog niet helemaal duidelijk wat we precies hier hopen te gaan doen. Op dit moment is hier een klein team van vrijwilligers dat de vluchtelingen hier wil leren kennen en we zijn aan het kijken hoe we kunnen ondersteunen bij het verhuizen van de vluchtelingen van het oude kamp, naar een nieuw kamp dat gebouwd is. Ik was gevraagd om hier een week te komen om deze vrijwilligers te trainen en mijn ervaring op Lesbos te delen. Hoe het er hier in de toekomst gaat uitzien weten we nog niet, dus: wordt vervolgd.

Op Lesbos gaat ondertussen ook het werk door. De afgelopen maanden heeft de Griekse overheid veel geïnvesteerd om de situatie in het kamp te verbeteren. Hele zones worden opgehoogd, nieuw grind wordt gestort en er zijn zelfs wooncontainers gebracht. Het Social Care team dat ik leid speelt een actieve rol in het plaatsen van de extra kwetsbaren in deze containers. Mensen met handicaps, ernstige ziektes en andere grote problemen krijgen, in samenwerking met de Griekse autoriteiten, voorrang om in deze containers te gaan wonen.

Het Social Care team, waar ik jullie alles over heb verteld in mijn vorige blog, is nog steeds hard in ontwikkeling. Eerder vertelde ik jullie hoe we met medische NGO’s om tafel hebben gezeten om te kijken hoe we kunnen samenwerken en inmiddels is deze samenwerking een feit. We zijn bijna dagelijks met hen in contact om ervoor te zorgen dat mensen de juiste follow-up krijgen en verwijzen mensen door voor bijvoorbeeld medicatie of medische onderzoeken. Ook weten zij ons te vinden om bijvoorbeeld vluchtelingen te ondersteunen bij hun bezoek aan de dokter of te informeren over afspraken.

Ik werk met een fantastisch team van vrijwilligers die vaak een aantal maanden of zelfs langer blijven.

Daarnaast weten ook andere actoren ons te vinden. We werken bijvoorbeeld samen met een NGO die actief is in de WASH sector en bepaalt waar toiletten worden geplaatst en die de douches in het kamp managet. Ook met hen zijn we in contact over de plaatsing van gehandicaptentoiletten in de buurt van de mensen die deze nodig hebben, wij zorgen ervoor dat deze mensen een sleutel hebben, ook kunnen we hen doorverwijzen naar de rolstoeltoegankelijke douches.  

Ons team werkt niet alleen met mensen met medische problemen, maar ook veel mensen met psychische nood of mensen die extra bescherming nodig hebben komen naar ons toe. Het werken met deze mensen is vaak een uitdaging. Voor de milde psychische problemen is redelijk wat zorg aanwezig, maar zodra het heftiger wordt en mensen zichzelf beschadigen of zelfmoord proberen te plegen wordt het ingewikkelder om hun hulp aan te bieden. Voor mensen met psychiatrische problematiek is het helemaal moeilijk om de juiste hulp te vinden. Gelukkig weten we langzaamaan openingen te vinden in het systeem om er voor te zorgen dat deze mensen bij de juiste instanties in beeld zijn. In al deze taken geldt dat we voor deze extra kwetsbare mensen een brug willen zijn tussen hen en de beschikbare zorg. We zijn zelf niet de artsen, maar zorgen dat de mensen die dat nodig hebben bij de arsten in beeld zijn, we zijn zelf niet de psychologen, maar voor de mensen die dat graag willen kunnen we verwijzingen naar psychologen doen. In dit hele proces is ons tweede doel ook dat de vluchtelingen zich gezien en geliefd voelen. In een systeem waar vaak geen ruimte is voor die persoonlijke aandacht, willen we de tijd nemen om naar mensen te luisteren zodat ze voelen en weten dat ze er toe doen en dat we om ze geven.

Het leven hier is niet alleen hard werken, maar ook in het weekend genieten van ons prachtige eiland.

Om al deze kwetsbare mensen de juiste hulp te kunnen bieden, probeer ik goed te investeren in het trainen van ons team. Hierin probeer ik zoveel mogelijk de samenwerking op te zoeken van professionals. Binnenkort hebben we bijvoorbeeld een info sessie gepland staan met een organisatie die juridische steun geeft waarbij we al onze vragen kunnen stellen. Veel van de hulp die in het kamp geboden kan worden hangt af van de status van de mensen in het kamp. Voor mensen die nog steeds in hun asielprocedure zitten zijn er meer opties dan voor uitgeprocedeerde vluchtelingen of mensen die al asiel gekregen hebben. Hopelijk begrijpen we na deze info-sessie weer beter hoe de asielprocedure nu eigenlijk precies werkt en hoe we het beste iedereen in het kamp kunnen helpen.

Een andere mooie ontwikkeling is dat we sinds een aantal maanden een nieuwe manier hebben om onze data op te slaan. Het werken met zoveel kwetsbare mensen en met een steeds wisselend team, vraagt om een goed georganiseerde dataopslag. In onze database heeft een van de technische vrijwilligers een mooie pagina gemaakt waar we alles kunnen bijhouden welke stappen we voor mensen hebben genomen en wat er nog meer moet gebeuren. Ik ben ontzettend blij met deze ontwikkeling, het heeft ons super veel geholpen in hoe we hulp kunnen bieden en met het doen van follow up.

Zo zien jullie weer, het werk hier gaat altijd door. Er zijn altijd nieuwe ontwikkelingen of crises waar we mee moeten dealen. Ook blijft de situatie politiek hier vaak ingewikkeld. Griekenland heeft een paar weken geleden aangekondigd vanaf nu de asielprocedure van mensen uit onder andere Somalië en Afghanistan anders aan te pakken. Vanaf nu moeten vluchtelingen uit deze landen eerst bewijzen dat Turkije voor hen onveilig is, voordat ze ook maar asiel kunnen aanvragen in Griekenland. Het wordt afwachten hoe dit er in de praktijk uit gaat zien, maar het is wel weer een voorbeeld van hoe ingewikkeld de situatie hier kan zijn. Ondanks deze uitdagingen weet ik dat ik hier op de goede plek zit en dat ik voorlopig nog niet weg wil. De hulp blijft zo hard nodig en er blijven ook nog steeds nieuwe vluchtelingen aankomen. Samen met mijn kerk ben ik aan het zoeken naar een manier om mijn verblijf hier ook voor de toekomst mogelijk te blijven maken. Wil je mij en het werk hier (blijven) ondersteunen, kijk dan onder het kopje “Doneer”. Hartelijk bedankt voor jullie steun!

Vandaag stond er ook een kort artikel over mijn werk in het Reformatorisch Dagblad. Naar aanleiding van Wereld Vluchtelingendag, morgen 20 juni, was mij gevraagd te delen waar ik graag gebed voor wil. Bid je mee:

-Voor betere psychische hulp voor de mensen die zo depressief en hopeloos zijn dat ze zichzelf beschadigen of zelfmoord willen plegen.

– Voor de situatie voor de mensen die het eiland mogen verlaten, maar die het moeilijk hebben in Athene zonder geld, huisvesting en een inkomen.

-Voor de Griekse en Europese overheden die ingewikkelde beslissingen moeten maken over het lot van vluchtelingen.

Als collega’s die een aantal maanden hier zijn geweest weer vertrekken, nemen we vaak afscheid met een etentje. Nu het toeristische leven op Lesbos weer open gaat, genieten we er van dat we eindelijk weer naar restaurantjes kunnen.

Het Social Care team

De afgelopen maanden was het stil vanuit Lesbos, maar we hebben zeker niet stil gezeten! De ontwikkelingen hier op het eiland gaan supersnel en er zijn ontzettend veel dingen gebeurd in de afgelopen maanden. In November ben ik even in Nederland geweest. Wat eigenlijk en korte vakantie had moeten zijn, werd een vakantie van een maand, omdat ik corona had opgelopen. Ik heb daardoor helaas tijdens deze vakantie niet veel mensen kunnen zien, maar jullie weten ook dat samenkomsten vanwege corona niet mogelijk zijn. In december ben ik weer terug op Lesbos gekomen en heb ik het werk weer opgepakt. 

Zoals ik jullie in mijn vorige blog vertelde heb ik een team opgezet dat focus op de meest kwetsbare vluchtelingen in het kamp. We noemen onszelf het “Social Care team”, wat in het Nederlands zoiets betekent als maatschappelijk werk. Samen met een aantal andere vrijwilligers brengen we in kaart waar de mensen met heftige medische problemen in het kamp zitten en welke noden ze hebben. Vervolgens verwijzen we hen door naar de Grieken in het kamp, de UNHCR en naar andere NGO’s voor support. Zo hebben we bijvoorbeeld een samenwerking opgezet met een NGO die om de week de was doet voor gezinnen met medische problemen. Ook zorgen we er voor dat er genoeg rolstoelen en krukken beschikbaar zijn en dat de juiste mensen die ontvangen. Daarnaast zorgt een andere NGO er weer voor dat de mensen met mobiliteitsproblemen goede toegang kunnen krijgen tot hun tent door bijvoorbeeld een trapje of een opritje te maken, zodat ze met hun rolstoel bij hun tent kunnen komen. Ook doen we gerichte distributies van items die deze mensen nodig hebben, zoals schoenen, dekens en kleding. We delen nu ook bijvoorbeeld vouwbedden uit aan mensen voor wie het extra moeilijk is om op de grond te slapen vanwege rugproblemen of andere medische noden. Op dit moment delen we aan al deze extra kwetsbare families ook pakketjes uit met vitamines, honing en een thermosfles. 

Twee van mijn teamleden bezoeken samen met een van onze vertaalsters een tent waar een kwetsbaar gezin woont.

Een recente ontwikkeling is dat we met alle medische organisaties in het kamp om de tafel hebben gezeten en we met hun een samenwerking willen opzetten. We werken met dezelfde doelgroep en we willen graag zeker weten dat de mensen die wij in beeld hebben ook de juiste medische zorg krijgen en daarnaast willen wij niemand over het hoofd zien. We hopen in de komende weken hier een duidelijke manier van samenwerking voor op te zetten.

Naast de mensen met medische problemen, werken we ook met mensen die extra bescherming nodig hebben. In het kamp is dit moeilijk te realiseren, maar er zijn wel veel NGO’s die hierin hun best doen. We hebben wekelijks vrouwen die naar ons toekomen vanwege huiselijk geweld, of vrouwen die te maken hebben met gender-based violence. Om hier op de juiste manier op te reageren, hebben we in oktober en december verschillende trainingen gevolgd die werden verzorgd door de UNHCR en Terre des Hommes. Voor dit werk hebben we een aantal vrouwelijke vertalers uit het kamp met wie we samenwerken. Rondom dit thema hangt een groot taboe. Zelfs in onze cultuur is het moeilijk om over geweld en bijvoorbeeld verkrachting te praten, maar in de eer-schaamtecultuur waar veel van de vluchtelingen uit komen, is het helemaal een groot taboe. Toch weten veel vrouwen ons te vinden en voor hen zijn we vaak een eerste aanspreekpunt voor hulp. Gelukkig hoeven wij zelf niet met oplossingen te komen, maar bestaan er andere NGO’s met psychologen, advocaten en social workers naar wie we deze vrouwen kunnen doorverwijzen. Hierin werken we met name samen met de UNHCR, omdat zij de grootste actor zijn op het gebied van bescherming in het kamp. 

Veel van de mensen met wie we werken hebben ook heftige psychische problemen en ze dealen bijvoorbeeld met automutilatie en zelfmoordgedachten. Ook voor hen zijn we een luisterend oor en we proberen hen ook zo veel mogelijk door te verwijzen naar psychologen van andere organisaties. Mijn taak hierin is dat ik uitzoek welke organisaties allemaal aanwezig zijn in het kamp, wat ze precies doen en hoe we naar hen kunnen doorverwijzen. Het komt veel aan op relaties bouwen en de juiste mensen leren kennen. Het is ontzettend gaaf om te zien dat die relaties hun vruchten afwerpen. Met steeds meer organisaties komt er een wederzijdse samenwerking. Wij verwijzen casussen naar hen door en zij weten ons te vinden als zij capaciteit hebben om meer casussen aan te nemen. 

EuroRelief heeft sinds de opening van het nieuwe kamp in September ook een ander nieuw team, namelijk het activiteitenteam. In het begin was dit met name gericht op school voor kinderen, maar in de laatste maanden zijn hier ook activiteiten voor vrouwen bij gekomen en sinds een week is er ook een sportprogramma voor mannen. De mensen die wij tegenkomen die met hun mentale gezondheid worstelen krijgen via ons voorrang om in deze activiteiten deel te nemen. Daarnaast hebben we ook wol en haak- en breinaalden die we uitdelen en de vrouwen slaan vol enthousiasme aan het haken en breien.  

Een moeder van een zieke zoon houdt van haken en haakte voor mij en mijn collega’s allemaal een warme muts.

Recent zijn we ook steeds meer een systeem aan het ontwikkelen om met nieuwe vluchtelingen die op het eiland aankomen te dealen. Vanwege corona worden zij eerst in quarantaine gestopt. EuroRelief werkt niet in deze quarantainelocatie, maar we komen wel gelijk in contact met de nieuwe vluchtelingen zodra ze Mavrovouni, het nieuwe tijdelijke kamp dat in September is gebouwd, binnenkomen. We zijn nu een manier aan het ontwikkelen waardoor we bij hun aankomst al een screening kunnen doen. We willen vanaf het begin gelijk in kaart hebben wie ze zijn, waar ze komen te wonen en ze gelijk al extra support geven. We proberen hierin samen te werken met een legal-aid organisatie die ze helpt met de asielaanvraag en het asielproces. Waar in Moria het asielproces maanden en soms jaren duurde, gaat dit de laatste maanden vaak ontzettend snel. Hun interview vindt plaats binnen een paar weken na aankomst en mensen krijgen binnen een paar maanden hun uitslag te horen. Aan de ene kant is dit een positieve ontwikkeling, omdat mensen niet meer zo lang in onzekerheid zitten, maar aan de andere kant geeft dit ook moeilijkheden. Het kost bijvoorbeeld veel tijd om papieren te verzamelen om kwetsbaarheden te bewijzen. Iemand met medische problemen heeft papieren van het ziekenhuis nodig om dit probleem te bewijzen en daarmee zijn asielaanvraag te versterken. Het medische systeem op het eiland is al ontzettend overvraagd en corona heeft dit niet veel makkelijker gemaakt, dus het maken van een afspraak in het ziekenhuis kost vaak veel tijd en rompslomp. Ook hierin proberen we te doen wat we kunnen. 

Al dit werk doe ik natuurlijk niet in mijn eentje. Ik werk met een fantastisch team van vrijwilligers die vaak een aantal maanden blijven. Het kost veel tijd om ze te trainen, maar het is bijzonder om te zien hoe God steeds de juiste mensen naar ons team brengt. In de laatste weken zijn een aantal collega’s met wie ik in september dit team heb opgezet, weer teruggekomen en we gaan vol goede moed weer verder met het uitbouwen van ons werk. 

Gelukkig werk ik samen met fantastische en enthousiaste collega’s in een fijn kantoortje.

Wil je meer horen en zien over het werk van EuroRelief, volg ons dan op Facebook of Instragram!

Via deze weg wil ik ook weer mijn dankbaarheid uitspreken naar jullie. Jullie gebed, donaties en berichtjes doen me ontzettend goed. Ik kan soms opgeslokt worden door het werk dat ik hier doe, maar ik realiseer me dag in dag uit dat ik het werk hier niet zonder jullie kan doen. Dankjewel voor je betrokkenheid! 

Deze foto belandde in een prominente krant en werd veel op sociale media gedeeld.

Deze blog wil ik afsluiten met een bijzonder verhaal van een alleenstaande moeder en haar 3 kinderen. Ze kwam een jaar geleden hoogzwanger naar de Section, samen met haar 2 dochtertjes, waar ik haar leerde kennen. Haar zoontje werd in maart geboren en ze was in afwachting van haar asielaanvraag. Het gaf haar veel stress en ze vond het soms moeilijk om geduldig te zijn met haar kinderen. Haar oudste dochter van 8 jaar zorgde soms voor haar babybroertje en kwam regelmatig naar ons kantoortje in de Section voor een knuffel. In juni werd haar asielaanvraag goedgekeurd en was ze erkend vluchteling. Dat betekende dat ze Moria snel zou moeten verlaten. Ze treuzelde, waar zou ze heen moeten, wie zou haar helpen als ze naar Athene zou gaan, waar zou ze slapen, hoe zou ze een inkomen krijgen, wie zou voor haar kinderen zorgen als ze aan het werk zou gaan? Zoveel vragen die haar stress gaven en ze bleef langer in de Section dan dat eigenlijk de bedoeling was. En toen brandde Moria af. Met haar 3 jonge kinderen moest ze weer op de vlucht, dit keer voor het vuur. Ze belandde, net zoals alle anderen op straat waar ze een aantal dagen op het asfalt sliep. Een foto van haar en haar dochter, liggend op straat, haast onherkenbaar door de verdrietige blik en uitputting in hun ogen, kwam in de krant. Na een aantal dagen op straat kwam ze in het nieuwe kamp, maar ze werd gelukkig snel daarna ondergebracht in een schoolgebouw. Daar werd ze een paar maanden geleden geselecteerd om naar Duitsland overgeplaatst te worden en nu kan ze elk moment bericht krijgen dat ze in het vliegtuig mag stappen, op weg naar een nieuwe toekomst. In de hopeloosheid van de situatie hier, is er toch hoop op een betere toekomst!

Deze moeder is klaar om in het vliegtuig te stappen en in Duitsland te gaan wonen! Samen met een goede vriendin zocht ik haar gisteren op in de school waar ze nu wacht om haar en haar kinderen gedag te zeggen.

Corona, brand en een nieuw kamp

Wie had een paar weken geleden kunnen bedenken dat Moria niet meer zou bestaan? De plek waarvan ik hoopte dat deze op een dag gesloten zou worden, is niet meer…! Het lijkt me overbodig jullie te vertellen dat hier de afgelopen weken een humanitaire ramp heeft plaatsgevonden. De brand van Moria was in Nederland groots in het nieuws en velen van jullie hebben mij de afgelopen weken berichtjes en bemoedigingen gestuurd. Maar nu het stof weer wat is neergedwarreld blijft het werk hier meer dan ooit nodig. In dit bericht wil ik jullie een update geven hoe de laatste weken eruit hebben gezien en hoe dit voor mij geweest is. 

Op de ochtend van 9 september werd ik vroeg wakker van mijn telefoon die roodgloeiend stond van de berichtjes. Die avond ervoor had ik van mijn collega te horen gekregen dat ons coronaprotocol opgeschaald was naar “code rood”, nadat was gebleken dat het coronavirus door het hele kamp verspreid bleek te zijn. Precies een week ervoor was de eerste coronabesmetting vastgesteld en nadat er rond de 2.000 tests waren uitgevoerd bleek nu dat overal in het kamp het virus aanwezig was. In de avond van 8 september hadden we al gehoord dat er wat onrust in het kamp was, mensen weigerden in quarantaine te gaan en volgden de instructies van de dokters niet op. Er was besloten dat mijn collega en ik woensdagochtend 9 september met zijn tweeën wat vroeger dan normaal richting het kamp zouden gaan om te bepalen of het voor de vrijwilligers veilig zou zijn om te gaan werken. 

Een paar dagen na de brand ben ik samen met een vriendin Moria in geweest. Van de Section, waar ik zoveel tijd heb doorgebracht, is niets meer over dan puin en as…

Woensdagochtend om half 7 kreeg ik een berichtje van dezelfde collega dat ik zo snel mogelijk naar haar toe moest komen. Via verschillende kanalen had ik al gehoord en gezien dat de brand in Moria immens moest zijn geweest. Binnen 5 minuten zat ik in de auto en ontmoette ik haar vlakbij haar huis in ons dorp. Het eerste wat ze tegen me zei was: “Debora, ik denk dat dit het einde is van Moria.” Terwijl ze dat zei vloog er een helikopter over ons heen om een paar meter verderop water uit de zee te halen om boven Moria kamp te lozen. “Alles is weg, ons kantoor, het kamp, de Section, niets is meer over. Toen ik vanmorgen de politie belde om te vragen of we mochten komen was zijn antwoord ‘No way, het is veel te gevaarlijk.’ Debora, het is afgelopen.” Dat waren haar woorden. Het drong amper tot me door wat ze nu precies vertelde, maar toen we een stukje doorliepen en we op de parkeerplaats mensen tegenkwamen die daar de nacht hadden doorgebracht, en ik daar een paar vrouwen herkende die in de Section woonden, kwam de realiteit langzaam toch binnen. In de verte zagen we het dal rondom Moria gevuld met grote rookwolken. De politie was overal op straat en ontheemde vluchtelingen liepen rond. Nog altijd bleef de helikopter heen en weer vliegen met water uit de zee…

Wat later die dag reed ik samen met een andere collega richting het gedeelte waar de meeste mensen op straat bivakkeerden. De politie had op de hoofdweg naar Mytilini 2 grote politiebussen haaks op de weg gezet om de mensen tegen te houden en daarvoor lagen en zaten overal mensen. Bij de politiebussen stopte ik de auto en zodra ik uitstapte hoorde ik op verschillende plekken om mij heen, vrouwen uit de Section mijn naam roepen. “Debora, Debora, heb je water? Heb je melk voor mijn pasgeboren baby? Heb je een deken voor mijn zoontje? Heb je eten? Debora, waar moeten we heen? Waar moeten we vannacht slapen? Wat gaat er nu met ons gebeuren?” Allemaal vragen waar ik geen antwoord op had en, zoals de dagen erna zou blijken, ook geen makkelijk antwoord op te vinden was. Duizenden mensen waren die nacht alles verloren, en het gedeelte was die nacht nog niet was afgebrand werd diezelfde avond ook in brand gestoken, wat ervoor zorgde dat daadwerkelijk iedereen die in Moria woonde ontheemd was. 

Duizenden mensen sliepen op straat en op de parkeerplaats van de Lidl. Foto: Salomé Wiedmer

In de dagen die volgden probeerden we te focussen op de meest belangrijke noden: eten, drinken, dekens en babyspullen. Het grootste probleem was echter de chaos. Duizenden mensen lagen op straat en hadden allemaal honger en dorst. Het distribueren van eten en spullen kon alleen plaatsvinden als er een goed systeem opgezet kon worden, want anders zou het resulteren in opstand en gevechten. Na verschillende mislukte pogingen lukte het na een paar dagen eindelijk om, samen met tientallen andere organisaties, een voedseldistributie op te zetten. Ook had een andere organisatie een manier gevonden om dekens en babyspullen uit te delen, ’s morgens vroeg om 4 uur gingen onze vrijwilligers met hen op pad om, terwijl iedereen nog in slaap was, de spullen bij de gezinnen neer te leggen. Deze samenwerkingen met andere organisaties is gelijk een van de bijzonder mooie dingen die de brand ons heeft gebracht. Eerder deed iedere organisatie nog wel eens naast elkaar zijn eigen ding, maar nu zagen we dat iedere organisatie zijn eigen kracht heeft en dat we mét elkaar ontzettend grote dingen kunnen bereiken. 

Terwijl wij ons best deden om in de noden van de mensen op straat te voorzien, werd er ondertussen in Europa en Griekeland een groot politiek spel gespeeld. Rond de 9.000 mensen lagen op straat en de brand van Moria kan wat mij betreft gezien worden als een rechtstreeks gevolg van de onmenselijke situatie in het kamp. De brand werd, begrijpelijkerwijs, door veel organisaties aangegrepen om ervoor te vechten dat al deze mensen naar het vasteland en naar andere Europese landen zouden moeten worden overgeplaatst. Iets waar ik het aan de ene kant helemaal mee eens ben, het moet een keer afgelopen zijn met het lijden van deze mensen. Maar aan de andere kant schuurt het ook, want zou dat niet super oneerlijk zijn voor alle mensen die net in de weken voor de brand Moria moesten verlaten en nu in Athene op straat wonen…? 

Op de achtergrond van dit politieke decor werden er honderden Griekse militairen in een gebied vlakbij ons dorp gebracht om daar een nieuw kamp te bouwen. Een super omstreden kamp, want wordt dit Moria 2.0? Daarnaast heeft de Griekse overheid het er al maanden over dat ze gesloten kampen willen bouwen, dus een soort gevangenissen waar de vluchtelingen in worden opgesloten. Wordt dit kamp zo’n gevangenis? Het waren, en zijn nog steeds, ingewikkelde dilemma’s waar ik veel met mijn huisgenootje over heb gesproken. Want als dit Moria 2.0 wordt en hier mensen in worden opgesloten, dan wil ik daar eigenlijk niet aan meewerken…!

Binnen een paar dagen zijn er meer dan duizend tenten gebouwd voor de ontheemde vluchtelingen. Foto: Salomé Wiedmer

Het waren vragen waar ik op dat moment geen antwoord op wist, maar wat ik wel wist was dat mijn collega mijn hulp in dit nieuwe kamp nodig had. Op zaterdagochtend werd ik door haar gebeld en ze wilde dat ik naar het kamp zou komen om haar te helpen met het huisvesten van de eerste vluchtelingen die van de straat kwamen. Eerst moest ik snel een kaart van het gebied maken, we maakten ons computersysteem klaar voor registraties in dit kamp en we moesten bepalen wie waar geplaatst zou worden. Een bizarre verantwoordelijkheid, maar tijd om daarover na te denken hadden we amper, de eerste mensen kwamen het kamp al binnen. De ene na de andere vrouw die ik kende vanuit de Section in Moria, kwam naar onze tent om een plekje in het kamp te krijgen. Steeds als ik weer iemand zag die ik kende had ik moeite om mijn tranen weg te slikken. Voor de vrouwen was het nog veel emotioneler. Zij hadden al dagenlang op straat geslapen in onzekerheid en angst, soms een baby van maar een paar weken oud. Ik was ontzettend blij ze weer te zien en ze een plekje in dit kamp te geven, maar aan de andere kant voelde het ook niet goed. De voorzieningen in het kamp waren totaal nog niet klaar, letterlijk het enige wat we ze konden bieden was een tent. Er waren alleen nog maar chemische toiletten, maar geen douche, geen stromend water, geen elektriciteit en daarbovenop wist ook niemand wat het uiteindelijke plan met dit kamp zou zijn. Zou de poort voor hen op een dag weer opengaan zodat ze het kamp uit zouden kunnen, of werd dit een gevangenis? 

Deze video laat zien hoe de problematische situatie op de straat was. Veel mensen zijn onzeker over of ze wel of niet naar het nieuwe kamp willen of moeten gaan.

De onzekerheid bleef klagen, maar tegelijkertijd was de hulp in het kamp zo hard nodig! Het was iedere dag weer een ingewikkeld dilemma. Wel zagen we gelukkig iedere dag verbeteringen in het kamp. Elektriciteit werd aangelegd, er werden geulen gegraven voor de sanitaire voorzieningen en langzaamaan kwam er meer structuur in de chaos. Binnen een aantal dagen zijn alle mensen van de straat in het nieuwe kamp gehuisvest. Twee dagen waren met name erg zwaar, toen er per dag zo’n 3.000 mensen binnenkwamen. Het waren lange, moeilijke en vermoeiende dagen. 

Het is momenteel alweer bijna een maand geleden dat Moria afbrandde. Langzaamaan beginnen dingen weer wat normaler te worden. Waar ik de eerste weken volop bezig was met de eerste crisisrespons, kan ik nu gelukkig weer wat meer focussen op de dingen die ik leuk vind om te doen: werken met de extra kwetsbare vluchtelingen. Ik werk op dit moment met een team vrijwilligers om de noden van de meest kwetsbaren in het kamp in kaart te brengen en deze mensen door te verwijzen naar de Grieken en de UNHCR. We hebben in samenwerking met een andere NGO al voor veel mensen een verschil kunnen maken en dat is erg bemoedigend om te zien. 

Ik weet dat veel van jullie zich ook afvragen: “Hoe houdt ze het toch vol in deze stressvolle tijd?!” en laat ik maar eerlijk zijn, die vraag stel ik mezelf ook steeds. Ik weet dat er maar 1 antwoord op deze vraag is, en dat is dat ik dit alleen kan doen met Gods hulp. Tijdens deze heftige periode kreeg ik een ontzettend fijn nieuw huisgenootje en woonden er ook 2 erg goede vriendinnen van mij naast me. God heeft precies de juiste timing gehad door deze mensen juist in deze periode om me heen te plaatsen. Met hen heb ik in deze periode alles kunnen delen, we hebben samen kunnen lachen, maar vooral ook samen kunnen huilen. Ik weet ook dat er ontzettend veel voor mij en de andere vrijwilligers hier gebeden worden en ik wil jullie vragen dat ook te blijven doen. Juist nu de situatie hier niet meer zo in het nieuws is, blijft gebed ontzettend nodig! 

Hoe de toekomst eruitziet weet niemand. Er worden gelukkig iedere week al wel mensen vanuit het kamp naar het vasteland gebracht en iedere dag zijn er weer verbeteringen in het kamp. De toekomst blijft onzeker, maar zo lang ik weet dat ik met mijn aanwezigheid hier een verschil kan maken voor de mensen hier, blijf ik. In mijn vorige blog hebben jullie kunnen lezen dat ik me voor weer een jaar wil inzetten en dat is nu niet anders. Zolang de nood er is, wil ik er voor deze mensen zijn en hen Gods liefde laten zien.  

Wilt u naast meebidden ook op een andere manier helpen? Kijk op de website van Christian Refugee Relief, onze Nederlandse partner en doneer, help met een inzameling of kom meehelpen met een groepsreis! Wilt u rechtstreeks een donatie doen voor mijn werk, dan kan dat onder het kopje “Doneer

Voor meer foto’s over het werk dat we doen, volg EuroRelief op Facebook en Instagram!

Bijna een jaar verder

Opeens was het eind juli. Ik weet niet hoe het voor jullie voelt, maar ik heb soms het idee dat het leven in maart, toen de coronacrisis begon, op pauze is gezet en dat we nu opeens in de zomer weer wakker zijn worden. Het voelt alsof er aan de ene kant niets is veranderd en aan de andere kant weet ik dat het leven gewoon door is gegaan. 

Griekenland heeft de coronacrisis tot nu toe gelukkig goed doorstaan, maar nu het land weer buitenlandse toeristen toelaat en iedereen vrij door het land kan reizen, is het risico voor Moria eigenlijk groter dan ooit tevoren. In de afgelopen weken zijn er verschillende gevallen van corona onder de Griekse bevolking op het eiland vastgesteld en dat brengt uiteraard het risico met zich mee dat corona ook kamp Moria bereikt. We blijven hopen en bidden dat het zo ver nooit zal komen. 

Tijdens mijn vakantie in Nederland heb ik eindelijk mijn in mei geboren nichtje Jaël kunnen vasthouden! <3

De afgelopen weken heb ik in Nederland vakantie gehad. Ik was er ontzettend aan toe om alles hier even helemaal los te laten en niets te hoeven doen. Totaal ben ik 3,5 week in Nederland geweest en ik heb helemaal bij kunnen komen. Helaas heb ik vanwege een griepje weinig mensen in Nederland kunnen ontmoeten, bij klachten moet je immers thuisblijven. Twee tests hebben gelukkig kunnen uitsluiten dat mijn klachten hoorden bij corona. Op dit moment zit ik alweer in de laatste dagen van mijn zelf-quarantaine hier op Lesbos. 

Met dat augustus steeds dichterbij komt, komt er ook een mijlpaal dichterbij. Vorig jaar, halverwege augustus ben ik in het vliegtuig gestapt om hier op Lesbos te gaan werken. Dat was met de insteek voor “minimaal een jaar”. Richting het einde van dat jaar zou ik kijken hoe het hier zou gaan, met mij, met kamp Moria, met de organisatie EuroRelief en met de financiën om dan de balans op te maken of het na een jaar goed geweest was, of dat ik hier nog langer zou willen en kunnen werken. En dat laatste is het geval. Ik heb er veel over nagedacht, maar ik geloof dat God mij hier geroepen en geplaatst heeft met een reden en een doel en dat dat niet nu na een jaar is afgelopen. In afhankelijkheid van Hem heb ik een jaar geleden die stap gezet, met het vertrouwen dat Hij leidt en voorziet. En dat heeft Hij gedaan! Er is zo’n overvloed aan financiële steun binnengekomen dat ik me hier geen minuut zorgen over hoef te maken. Ik voel me gedragen en gesteund door al jullie gebeden in Nederland en ik heb met de mensen in Moria een ontzettend gezegende tijd gehad. Zoveel vrouwen heb ik mogen leren kennen en ik heb overvloedig Gods liefde met hen mogen delen. Door vrienden met ze te zijn, een luisterend oor te bieden, een arm om hen heen te slaan, hun tranen af te vegen, met ze te lachen, met ze te eten en met ze te dansen. Zoveel vrijwilligers heb ik leren kennen met wie ik nog steeds regelmatig contact heb, van wie ik weet dat ze voor mij en Moria bidden. Ook met de Griekse medewerkers heb ik een band mogen opbouwen die tot zoveel mooie dingen heeft geleid. 

Natuurlijk zijn er ook moeilijke momenten. Moria is een plek die ik niemand toewens en als ik zie wat die plek met mensen kan doen breekt mijn hart. Het breekt mijn hart als een wanhopige moeder met een gehandicapte zoon aan me vraagt hoe het nu verder moet, het breekt mijn hart als een van de vrouwen in een psychose belandt en bijna zelfmoord wil plegen, het breekt mijn hart als iemand naar de alcohol of zelfs drugs grijpt om maar even niet aan de ellende te moeten denken, het breekt mijn hart als ik denk aan al die baby’s die de eerste maanden van hun leven in vluchtelingenkamp moeten doorbrengen. Het breekt mijn hart als ik kijk naar al het onrecht dat er in Moria is. Maar ook in die ellende weet ik “In dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem die ons heeft liefgehad.” Ook ik verlies vaak mijn blik op God en ik voel Hem zeker niet iedere dag, maar ik weet dat “noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere. En daar vertrouw ik dan maar op. Hij is erbij, ook het volgende jaar dat ik hier in Moria hoop te werken.

Blijft u mij ook dit komende jaar steunen, met gebed, financiën en betrokkenheid?

Bid mee:

  • Voor mij, om kracht om ook het komende jaar weer hier te mogen dienen en te vechten tegen het onrecht, dat ik mijn blik op Hem gericht mag houden en dat door mij heen Zijn licht mag schijnen
  • Voor het team van EuroRelief, dat de juiste beslissingen genomen mogen worden in soms moeilijke dilemma’s
  • Voor de vluchtelingen, dat ze mogen weten dat God er altijd voor hen is, ook in het donkerste en diepste dal
  • Voor de Griekse overheid, om de juiste, menselijke beslissingen te maken rondom de vluchtelingenproblematiek
  • Voor Europa, voor solidariteit met de mensen in Moria en échte oplossingen

Dank mee:

  • Voor de zegen die ik voor de vluchtelingen mocht zijn tijdens het afgelopen jaar
  • Voor alle blijdschap en energie die God mij heeft gegeven zodat ik hier kon werken
  • Voor het feit dat corona nog steeds Moria niet bereikt heeft
  • Voor al het werk dat we het afgelopen jaar hebben mogen verzetten en alle projecten die we succesvol hebben kunnen afronden
  • Voor de overvloedige financiële zegeningen die ik heb mogen ontvangen

Verhalen van hoop

Het leven gaat door, ook in Moria. Coronacrisis of niet, nog steeds wonen er rond de 20.000 mensen in dit kamp gebouwd voor 3.000. Nog steeds staan deze mensen dagelijks uren in de rij voor hun eten en water en nog steeds is de situatie voor veel mensen bijna ondraaglijk. Maar in al deze ellende wil ik wat verhalen van hoop met jullie delen, gewoon als een tegenwicht aan al het negatieve nieuws over Moria.

Dit ben ik samen met Mohamed die trots als een pauw zijn zelfgemaakte badge laat zien.

In de Section waar ik de meeste tijd doorbreng wonen op dit moment zo’n 300 vrouwen en ongeveer 100 kinderen. Mijn collega’s en ik zijn hier van ‘s morgens 8.00 tot ‘s avonds 00.00 aanwezig. Omdat we zoveel tijd met de vrouwen en kinderen doorbrengen ontstaan en vriendschappen en zijn we getuige van andere mooie verhalen. Met name het contact met de kinderen brengt zoveel vreugde! Zo zag mijn collega een tijdje geleden de kinderen rondrennen in “hesjes” gemaakt van blauwe plastic tasjes. Ze gebruikten hun handen als walkie talkie en riepen naar elkaar “What happened, what happened?” en renden druk heen en weer. Ze speelden met elkaar dat ze “EuroRelief” waren, de organisatie waar ik voor werk. Heerlijk om te zien hoe kinderen toch kinderen blijven! Een ander jongetje antwoordde stellig “EuroRelief!, nadat we hem vroegen wat hij later wilde worden. Gelijk daarna zei hij “Oh, maar dat kan niet, want ik ben chocola”, waarna hij naar zijn huid wees. We hebben hem toen op het hart gedrukt dat het niet uitmaakt welke kleur je huid is, dat iedereen hetzelfde is en dat hij zeker welkom is om later bij ons te komen werken. Vorige week vond een van de kinderen een keycord en samen met mijn collega hebben ze toen een badge voor hem gemaakt. Vervolgens liep hij trots met zijn borst vooruit riep “I am EuroRelief”. Dat zijn de momenten die een glimlach op mijn gezicht geven en die ons laten zien welke impact het werk heeft dat we doen.

Ook met de vrouwen zijn er veel mooie momenten. Ik moest vorige week een paar dagen thuisblijven vanwege een buikgriepje en toen ik deze week weer terug aan het werk ging vroegen zoveel vrouwen me hoe het met je ging en of ik weer beter was. Ze hadden gehoord dat ik ziek was en maakten zich zorgen over me. Ik weet dat ik hier niet ben om de goedkeuring van deze vrouwen te ontvangen, maar dat ik hier ben om God te dienen. Toch doet het me goed om te horen dat ze onze aanwezigheid waarderen en het fijn vinden dat we er zijn. Zo vertelde een van de vrouwen ons vorige week dat we zijn “als elektriciteit voor Moria, zonder ons is er geen licht in het kamp”. Dat is een van de momenten dat de bijbeltekst “U bent het licht van de wereld” (Matt. 5:14) echt zichtbaar is. Dan zien we dat we met onze aanwezigheid Gods licht in de duisternis hier mogen schijnen.

Op dit moment vieren miljoenen moslims wereldwijd Ramadan en zo ook in Moria. Veel vrouwen in de Section zijn van Afghaanse of Somalische afkomst en zijn dus moslim. Van ‘s morgens een uur of 5 tot ‘s avond 8 eten en drinken zij niets, zelfs geen water! ‘s Avonds wordt het vasten gebroken met een maaltijd die “iftar” heet. De gastvrijheid van de vrouwen is ongekend. Zelfs het weinig wat ze hebben delen ze nog met ons. Heerlijke gerechtjes worden gemaakt en de uitnodiging afslaan is onbeleefd, dus we genieten heerlijk met ze mee.

Iets anders waar ik ontzettend blij van word is het feit dat we een nieuw kantoortje hebben gekregen! De ruimte naast ons kantoor is vrijgemaakt en een week lang hebben we geboend, kakkerlakken bestreden en geverfd, maar nu kunnen we al meer dan twee weken iedere dag genieten van deze frisse, nieuwe ruimte. Het kantoortje is groter dan het vorige dat we hadden en we maken dankbaar gebruik van alle ruimte die we nu hebben. Een van mijn collega’s is erg creatief en heeft een prachtige muurschildering van een wild bloemenveld gemaakt. We hebben ook een bed in het kantoortje staan die dienstdoet als bank. De aankleding van het kantoortje is mede mogelijk gemaakt door jullie donaties die in de afgelopen weken en maanden zijn binnengekomen, ontzettend bedankt daarvoor!

Schrobben, boenen en verven, een hele week lang!
Mijn collega die samen met een paar meisjes de laatste hand legt aan de muurschildering

Ook het leven buiten Moria gaat door. Ik zou nu eigenlijk mijn vakantie in Nederland hebben, maar vanwege corona loopt alles even anders. Ik weet niet precies wanneer ik weer in Nederland hoop te zijn, maar dat zien we vanzelf. Verder begin ik echt weer te merken dat ik op een Grieks eiland woon. De temperatuur komt hier overdag dagelijks al boven de 20 graden en heldergele lentebloemen bloeien overal.

Uiteraard zijn er ook zorgen. In deze blog wil ik die met u delen in de vorm van gebedspunten. Bidt u mee?

  • Dank dat corona nog steeds Moria niet bereikt heeft, maar bid dat dat ook zo blijft! We moeten er niet aan denken wat er gebeurt als deze gevaarlijke ziekte dit overvolle kamp bereikt.
  • Bid dat nieuwe vrijwilligers mogen komen nu dat met de coronacrisis en de reismaatregelen ingewikkelder gaat dan normaal.
  • Bid voor energie, kracht en wijsheid voor mij en al mijn collega’s in deze tijd waarin corona alles onzeker maakt.

Van de ene crisis in de andere

Ik zit hier samen met mijn huisgenootje warm in ons appartement. Een aantal drukke weken ligt achter me en de weken die voor me liggen zijn een groot vraagteken…

Zoals jullie allemaal op het nieuws hebben kunnen horen en zien is de situatie op Lesbos in de afgelopen weken uit de hand gelopen. Van veel van jullie heb ik bezorgde berichtjes gekregen over of ik wel veilig was en over hoe het hier gaat. Zelfs de krant en de radio vroegen me om te vertellen over de situatie hier. Een rode draad in al die gesprekken is: “Waarom?”

Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat de Grieken bootjes vol vluchtelingen met stokken van de kust afduwt om te voorkomen dat de mensen aan wal komen? Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat een paar van mijn vriendinnen in de auto zijn aangevallen, een ruit werd ingeslagen en ze achtervolgd werden door gemaskerde mannen? Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat tientallen vrijwilligers op de vlucht moesten naar Athene, voor hun eigen veiligheid? Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat de Griekse kustwacht richting zee is gaan schieten?

Het wordt een beetje een politiek verhaal, maar dat is nu eenmaal de situatie waarin ik leef. De gebeurtenissen hier op het eiland zijn de directe gevolgen van een aantal politieke beslissingen die in de afgelopen jaren en weken genomen zijn. Allereerst is daar de Turkije-deal die in 2016 ervoor heeft gezorgd dat Turkije zijn grenzen richting Europa strenger moest gaan bewaken en daarmee het aantal vluchtelingen dat de overtocht naar Europa maakt heeft verminderd. Een ander gevolg van de Turkije-deal is dat de vluchtelingen die nog wel op de Griekse eilanden aankwamen daar moesten blijven, met als gevolg de huidige overvolle kampen. De Turkije-deal was een noodoplossing die nu al 4 jaar lang geldt. De Grieken worden de overvolle kampen op de eilanden zat. Ze zijn het zat om de schapen uit hun weilanden gestolen te zien worden, ze zijn het zat om hun olijfbomen omgekapt te zien worden en ze zijn het zat om bang te zijn om ‘s avonds alleen op straat te lopen. Want dat zijn de consequenties van het feit dat Moria nu rond de 20.000 mensen telt. Niet dat de vluchtelingen dit doen om de Grieken te pesten, maar gewoon omdat ze honger hebben, gewoon omdat ze het ‘s nachts koud hebben en gewoon omdat het kamp met de dag groeit. Kortom, de Grieken op de eilanden zijn het zat om al 4 jaar lang de hele Europese vluchtelingencrisis te dragen. Die Turkije-deal kan eigenlijk gezien worden als een pleister op een gebroken been. Al 4 jaar lang en Europa heeft niets gedaan om dat been eens goed in te gipsen en te genezen….

Dan is daar de huidige situatie in Turkije, de spanningen rondom de Syrische grens in het zuiden en de gigantische hoeveelheid vluchtelingen in Turkije waar Erdogan vanaf wil. Daarom besloot hij een paar weken geleden dat hij de grenzen met Europa zou openen. Tienduizenden vluchtelingen stroomden richting de landgrens en probeerden daar Griekenland binnen te komen. Toen daar door de Griekse grenswacht gereageerd werd met traangas en geweld en er eigenlijk niemand doorheen kwam, én toen het stormige weer overging in zacht lenteweer stapten honderden mensen in bootjes en maakten de overtocht via de zee. Al die mensen kwamen aan op de al overvolle eilanden en toen kwam die frustratie die al 4 jaar lang bij de Grieken is opgebouwd er in één keer uit. Deels kwam het eruit richting de vluchtelingen, maar voornamelijk de vrijwilligers van NGO’s werden het doelwit. Voor een gevecht tegen 20.000 vluchtelingen in een kamp heb je nogal wat mankracht nodig, maar vrijwilligers die in hun huurautootje over straat rijden zijn een veel makkelijker doelwit. En dat is dus wat er gebeurde…

Ikzelf was tijdens deze periode precies in Athene. Mijn broertje Timon is hier een weekje geweest, precies toen het nog rustig was en op zaterdagochtend zijn we naar Athene vertrokken. Op zondagmiddag barstte op Lesbos de bom. Mijn collega’s hebben toen bijna een week in huis opgesloten gezeten omdat het voor hen niet veilig was om op straat te komen. Aan het einde van die week zijn ze naar Athene gekomen en hebben we met elkaar daar het weekend doorgebracht. Op maandag zijn we weer terug naar het eiland gekomen omdat de situatie gelukkig weer gekalmeerd was. Er zijn weinig incidenten meer geweest, maar we zijn nog steeds wel alert. Op maandag zijn we gewoon weer aan de slag gegaan en hebben we het werk opgepakt waar we het hadden laten liggen.

Onze tijd in Athene hebben we goed kunnen gebruiken om als team erop uit te trekken en tijd met elkaar door te brengen.
Deze prachtige zonsondergang was een van de hoogtepunten van onze gedwongen vakantie.

We zijn amper van deze crisis bijgekomen, of de volgende dient zich alweer aan. Het coronavirus komt om de hoek kijken. Op dit moment is er van 1 Griekse vrouw bekend dat ze het virus heeft en zij ligt in het ziekenhuis. In Moria is het virus nog niet opgedoken en we bidden en hopen dat dat zo blijft. Wellicht tegen beter weten in. Hygiene, handen wassen met zeep, lichamelijk afstand houden, jezelf opsluiten. Het zijn allemaal dingen die nu in Nederland geadviseerd worden om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Hier in Moria zijn het echter adviezen waar niemand iets mee kan, gewoon omdat de voorzieningen er niet zijn. Het feit dat het virus Moria nog niet heeft bereikt betekent echter niet dat men er niet mee bezig is. Iedere dag zie ik meer mensen met gezichtsmaskers op rondlopen, en veel mensen vertellen me dat ze bang zijn het te krijgen. Hoe groot is de kans op overleven voor onze vertaler die diabetes heeft, hoe groot is de kans op overleven voor die vrouwen met nierproblemen of asthma? Ook is onduidelijk hoe het virus de hoeveelheid vrijwilligers gaat beïnvloeden, we horen al berichten van teams die hun reis hebben gecanceld, vliegmaatschappijen die vluchten schrappen en mensen die het eiland voortijdig moeten verlaten vanwege reisrestricties. Hoe gaan de komende weken er uit zien? We weten het niet…

Samen met 2 andere vrijwilligers hebben we genoeg boodschappen gedaan zodat, als we dan tóch in quarantaine moeten, er in ieder geval genoeg eten beschikbaar is.

Onze teamleider zei deze week “Het staat nergens in de Bijbel dat God volgen makkelijk zal zijn. Als je terug naar huis wilt ben je vrij om te gaan, maar realiseer je dat God ons misschien juist wel voor een tijd als deze hier heeft geplaatst.” Dat was een mooie bemoediging. Als ik hoor dat onze Griekse collega’s thuisblijven en we andere NGO’s zien vertrekken, vraag ik me af wie er voor deze mensen zorgt als we allemaal onze biezen zouden pakken. Ik geloof dat God mij heeft geroepen om in Moria te werken en dat betekent niet dat ik mijn spullen pak als het moeilijk wordt… Ook betekent dat niet dat ik onvoorzichtig en onverschillig kan zijn richting de risico’s. Ook ik was mijn handen extra vaak, probeer afstand te houden tot de mensen om me heen en ik heb een extra voorraadje eten in mijn kast liggen. Maar toch, ik weet ook in moeilijke tijden en wanneer we van de ene crisis overgaan op de andere crisis, dat God nog steeds dezelfde is. Zoals het in 1 Petrus 5:7 staat: Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u. En dat is wat ik dan maar doe.

Een beeld zegt meer dan duizend woorden

Omdat woorden vaak tekort schieten

Een prachtig eiland met een donkere plek

Afbeelding 1 van 28

De artikelen die bij de foto’s horen:

https://www.theguardian.com/artanddesign/gallery/2019/dec/03/life-in-a-greek-makeshift-migrant-camp-in-pictures

https://www.theguardian.com/global-development/2020/jan/11/lesbos-moria-refugee-camp-syrian-teenager-family-uk

https://www.theguardian.com/global-development/2020/jan/16/catastrophic-conditions-greet-refugees-arriving-on-lesbos

https://www.theguardian.com/global-development/2020/jan/17/moria-is-a-hell-new-arrivals-describe-life-in-a-greek-refugee-camp

https://www.theguardian.com/world/2020/jan/23/greece-urged-to-move-140-ill-children-from-lesbos-refugee-camp

https://www.theguardian.com/world/2020/feb/09/moria-refugee-camp-doctors-story-lesbos-greece

https://www.theguardian.com/global-development/2020/feb/11/un-calls-for-urgent-evacuation-of-lesbos-refugee-camp

Regen, modder en kou

Oeps, er zijn zomaar bijna 2 maanden voorbij gegaan zonder een blog! Hoog tijd dus om weer eens een update te schrijven!

Op dit moment wonen er rond de 17.000 mensen in Moria. Toen ik in augustus aankwam waren dat er rond de 9.000, in een paar maanden tijd is het kamp dus haast verdubbeld! In de zomer stond Moria al vol met tentjes en was aan de oostkant van het kamp de heuvel helemaal volgebouwd met tentjes. Op dit moment wordt het hele kamp omringd met tentjes, en dat terwijl de winter zijn intrede doet. Op onderstaande luchtfoto die afgelopen week is gemaakt valt goed te zien hoe Moria letterlijk uit zijn voegen barst.

Dit is Moria en de omliggende olijfgaarden. De rode streep linksboven is Section C, met daaronder Section D (tenten) en Section E (ISO-boxen).
Alle tenten aan de boven- en rechterkant zijn er in de afgelopen maanden bijgekomen.

De afgelopen 2 maanden heeft EuroRelief hard gewerkt om, voor zover dat kan, Moria wat meer “winterproof” te maken. Een team Nederlanders heeft op alle ISO-boxen in Moria golfplaten daken geïnstalleerd om de lekkage tegen te gaan. Ook de ISO’s in Section E zijn voorzien van een nieuw dak en gelukkig krijgen we nu geen klachten van lekkage meer. Ongeveer 2 maanden geleden hebben we ook met een groot team alle tenten in Section D vervangen en wat meer winterproof gemaakt. Met een extra laag aan de binnenkant, een stevig zeil óver en een laag pallets ónder de tent, zouden alle tenten het water en de kou enigszins moeten kunnen trotseren. Nieuw grind dat we in het pad hebben gestort moet ervoor zorgen dat het geen modderboel wordt zodra het gaat regenen. Afgelopen week hebben we deze zogenoemde “winterization” in de Section afgemaakt met elektrische verwarmers voor iedere tent en ISO-box, die met gejuich en applaus werden ontvangen.

Het contrast tussen de Sections en het gedeelte buiten het kamp is gigantisch. In Olive Grove, het gedeelte aan de onderkant van de luchtfoto, zijn lang geleden al wasfaciliteiten geïnstalleerd, de mensen daar hebben hun manieren gevonden om aan elektriciteit te komen, kortom het leven daar is nog redelijk gestructureerd. In de afgelopen maanden zijn er echter zo veel mensen aangekomen dat ook Olive Grove vol raakte. De mensen zijn daarom hun tenten op gaan slaan aan de andere kant van Moria. Waar dit 3 maanden geleden nog gewoon olijfgaarden waren, zijn deze velden nu het thuis van honderden, zo niet duizenden mensen. Hier zijn nog geen toiletten geïnstalleerd, hier is amper elektriciteit, hier geen pallets onder de tenten of elektrische kacheltjes om de mensen warm te houden. De mensen noemen het onderling de “jungle” en er is eigenlijk geen betere omschrijving.

De “jungle” waar mensen moeten zien te overleven in de modder…

Met de komst van de winter is ook de regen gekomen. Afgelopen week heeft het een aantal dagen geregend en waar Moria in de zon al een moeilijke plaats is, verandert het met de regen echt in een hel. Zelf word ik altijd erg chagrijnig als ik natregen en koude voeten krijg. Tijdens zo’n regendag moet ik steeds weer tegen mezelf zeggen dat ik aan het eind van de dag naar een schoon en droog huis kan, waar ik een warme douche kan nemen, droge kleding kan aantrekken en lekker onder de dekens in bed kan kruipen. De mensen hier in Moria kunnen dat niet. Zij zitten met hun natte kleding in hun natte tent, waar al hun kleding nat is, hun schoenen nat en modderig zijn en dat ook blijven. Op zo’n regenachtige dag praten ik en mijn collega’s elkaar moed in en proberen we elkaar vrolijk te houden. Maar wat doe je als er een alleenreizende jongen van 16 jaar blijft smeken om een tarp en je hem die niet kunt geven? Wat doe je als een moeder met een pasgeboren baby en een kindje van 1 jaar aan je smeekt of ze in de Section kan wonen, maar deze stampvol zit? Wat doe je als je hoort dat er een gezin met twee blinde kinderen in Moria is aangekomen maar alle ISO-boxen ook bomvol zitten? Wat doe je als die hoogzwangere alleenreizende vrouw een bed in de Section nodig heeft, maar al die bedden bezet zijn? Hoe zeg je liefdevol “Nee” als alles in je schreeuwt dat je deze mensen moet helpen?

Al deze vragen en steeds weer dit “Nee” zeggen zorgen ervoor dat wij als vrijwilligers na een tijdje duidelijk toe zijn aan een vakantie. Ook ik merkte dit tijdens de afgelopen weken. Na ongeveer 3 maanden kan je niet meer liefdevol en geduldig blijven. Ik merkte bij mezelf dat ik op de zoveelste vraag of we niet toch nog een deken konden geven of of er toch niet een plekje in de Section beschikbaar was, kortaf reageerde en dat ik geen zin meer had om wéér een verhaal dat doorspekt is van ellende en verdriet aan te horen. Hoog tijd dus om voor een pauze richting Nederland te komen! Op dit moment zit ik in Thessaloniki waar ik een aantal dagen even bij kan komen. Dinsdag vlieg ik naar Nederland om daar Kerst en Nieuwjaar met familie en vrienden door te brengen. Ik zie er naar uit om iedereen weer te zien en te spreken! Tot snel!

Alle foto’s in dit bericht komen van The Guardian.

Casework

Naast het werk met de alleenreizende vrouwen (Zie deze blog), heb ik ook de taak van “caseworker”, gericht op families en mensen met medische problemen. Dit houdt in dat ik zodra er een extra kwetsbaar persoon in Moria aankomt ik met die persoon of het gezin in contact kom en hen probeer te helpen. In de laatste weken zijn er met name veel Somaliërs die in Moria aankomen en te kampen hebben met heftige problemen. 

Alleen al in Section E wonen verschillende moeders met kinderen met handicaps en andere problemen. Zo is er de moeder met haar 8 jaar oude dochtertje die een grote ontwikkelingsachterstand heeft. Het meisje loopt moeizaam, ze maakt nooit oogcontact, ze kan alleen zelfstandig zitten als ze met haar rug ergens tegenaan kan leunen. Ze heeft vaak koorts en brengt veel uren van haar dag slapend door. Ook heeft ze ongeveer dagelijks aanvallen waarin ze begint te trillen en haar hele lichaam zich aanspant. Haar moeder kan niet veel anders doen dan toekijken en haar dochter geruststellen. 

Dan is er ook nog de moeder met 3 dochters, waarvan haar jongste meisje verstandelijk én lichamelijk gehandicapt is. Het meisje kan niet zelf eten, praten, zitten of lopen. De twee volwassen zussen helpen hun moeder, die ook nog eens een gebroken arm heeft, ontzettend veel, maar steeds weer is het een struggle om het meisje met rolstoel en al over het grind en het hobbelige hellinkje te krijgen.  

Maar ook buiten de sections kom ik in contact met mensen met dit soort problemen. Deze week kwamen er een zus en broer in Moria aan, beiden zijn ongeveer van mijn leeftijd. Ik ontmoette hen voor het eerst bij het infopoint dat EuroRelief middenin het kamp heeft. De broer lag languit op de grond en zijn zus hield zijn hoofd in haar schoot. Ik vroeg aan een paar collega’s wat er was gebeurd en de man bleek een aanval te hebben gehad waarbij hij buiten bewustzijn was geraakt. Er werd snel een rolstoel gehaald en de man, een persoon van groot formaat, werd in de rolstoel naar de dokter gebracht. Daar kreeg hij voor de volgende dag een afspraak voor het ziekenhuis en een verwijsbrief. Ik regelde voor de jongeman een plekje in een ISObox waar meer Somaliërs met medische problemen wonen, maar omdat die nu vol is met mannen, kon de zus daar niet wonen. Er is helaas nergens een andere plek voor haar, dus moet buiten blijven slapen… Ongeveer een uur nadat ik hun deze plek had gewezen, kwam ik de broer en zus weer tegen en bleek de broer weer een aanval te hebben gehad. Zijn zus vertelde me dat hij al ruim en half uur op de grond lag en maar niet bij kwam. Zo vaak had hij deze aanvallen nog nooit gehad, vertelde ze me. Dus weer naar de dokter, rolstoel halen, jongeman in de rolstoel krijgen, naar de dokter brengen, wachten op de reactie van de dokter en er dan achter komen dat er voor dit soort problemen hier op Lesbos eigenlijk geen oplossing blijkt te zijn. De dokter vertelde ze me dat de man naar de neuroloog moet, maar dat die in het ziekenhuis pas volgend jaar plek heeft. Dit is iets waar de dokter in Moria niets aan kan doen, en dus werden de broer en zus weggestuurd. Blijkbaar kan niemand deze mensen écht helpen. Iemand met dagelijkse aanvallen kan hier pas over 2 maanden voor het eerst de arts zien die hij nodig heeft. Tot die tijd is het wachten…

Gisteren kwam er weer een soortgelijk ingewikkelde casus binnen, het was een moeder met haar gehandicapte zoon. Mijn collega die met de vluchtelingen werkt die nieuw aankomen wees me op hun casus. De jongen was redelijk groot en vertoonde duidelijk afwijkend gedrag. De moeder haar zoon bij zijn jas vasthouden, omdat hij anders weg zou lopen. Hij had niet de rust om te kunnen blijven zitten en zijn gedrag liet zien dat hij een ernstige ontwikkelingsachterstand had. Gelijk deed hij mij denken aan een jongen met wie ik in Nederland meerdere jaren heb gewerkt. Ik weet hoe moeilijk het is om (bijna) volwassen kinderen met zulk gedrag een beetje in het gareel te houden en te voorkomen dat ze gevaarlijke dingen doen. In een gestructureerde omgeving, met weinig prikkels en alleen bekende mensen is dit al een dagtaak, laat staan in Moria, waar op dit moment bijna 14.000 mensen wonen, het hele kamp 1 grote prikkel van mensen, gepraat en geluid, stank, beweging en verandering is. De moeder had het er duidelijk moeilijk mee om haar kind in bedwang te houden. Gelukkig bleek er die dag een kamertje een van de Rub Halls (een tent van zo’n 200 vierkante meter waar tientallen kamertjes in zijn gemaakt) vrij te komen. De moeder werd erheen gebracht en toen ik hen later opzocht lag haar zoon rustig in de hoek op de grond en was de moeder ontzettend blij met het kleine, maar afsluitbare plekje dat we haar hadden kunnen geven. 

Zomaar wat casussen waar ik in mijn werk in Moria mee te maken heb. Naast mensen met dit soort handicaps, zijn er ook genoeg mensen met missende ledematen, nierproblemen, hartproblemen, kanker, gezwellen, brandwonden, asthma, granaatscherven in hun lichaam en hersenletsel. Ook die gevallen leer ik kennen en per casus kijk ik wat ik kan doen en op welke manier ik hun kan helpen. Het is een taak die me soms boven het hoofd groeit en vaak is het antwoord dat ik moet geven “Sorry, je moet wachten, ik kan niets aan je situatie veranderen. Dat is soms enorm frustrerend, maar gelukkig lukt het me ook redelijk goed om het na mijn werk weer naast me neer te leggen. Ik weet dat ik maar tot een bepaald niveau kan helpen. Gezinnen kunnen gelukkig redelijk snel naar een ander, beter kamp op het eiland en de mensen met écht acute problemen worden gezien en binnen niet al te lange tijd naar Athene gebracht. Maar toch, als gezond mens in Moria leven is al zwaar genoeg, laat staan met dit soort beperkingen. 

Wilt u meebidden?

  • Voor de mensen met heftige problemen, dat ze de (medische) hulp krijgen die ze nodig hebben.
  • Voor de ouders en verzorgers van kinderen en mensen met deze problemen, dat ze de kracht krijgen om overeind te blijven en om door te blijven gaan. 
  • Bid dat ikzelf de energie zal blijven krijgen om dagelijks met deze mensen om te gaan en naar hun verhalen te luisteren.
  • Bid voor een verandering in het systeem van Griekenland en Europa, dat de opvang en zorg voor vluchtelingen verbetert. 

De baby’s van Moria

In deze blog wil ik jullie een klein inkijkje geven in het gedeelte van Moria waar ik veel tijd doorbreng, de zogenaamde “sections”. Deze sections liggen vlakbij de ingang van het kamp, aan de voet van de heuvel waarop de rest van het kamp ligt. Er zijn in totaal 5 Sections, met de namen A t/m E. A en B zijn gedeeltes waar alleenreizende minderjarigen wonen, daar kom ik in principe niet. Wél werk ik in de andere 3 sections, namelijk C, D en E. In deze gedeeltes wonen de alleenstaande vrouwen beschermd achter een poort. Dit beschermd wonen houdt in dat alléén de mensen die in deze gedeeltes wónen toegang hebben, de mensen die in de rest van het kamp wonen kunnen de poort naar de sections niet door. In Section C en D wonen in principe de alleenreizende vrouwen zónder kinderen en in E wonen alleenreizende vrouwen met (jonge) kinderen. Section C bestaat uit 10 “containerhuisjes” met in iedere container 3 slaapkamers en een badkamertje. De kamers in de containers staan vol met stapelbedden en in iedere container wonen ongeveer 18 – 20 vrouwen. Voorbij de poort naar Section C is de poort naar Section D. Section D bestaat uit 7 tenten en per tent wonen ongeveer 10 vrouwen en aan het eind van de rij tenten staat container waarin toiletten en wastafels zijn geïnstalleerd. Achter Section D ligt Section E met 8 ISO-boxen (een soort containers) en ook een container met toiletten. Per ISO-box wonen gemiddeld 5 moeders met allemaal 1 of meerdere kinderen. In totaal wonen er in deze 3 sections dus zo’n 300 vrouwen én tientallen kinderen. 

De eerste kamer van Section C is de kamer waar ik het meeste kom. Het voorste gedeelte van deze container is een open ruimte van waaruit het eten drie keer per dag wordt uitgedeeld. Achterin de container hebben wij een klein kantoortje vanwaaruit ik en mijn teamgenoten werken en naast dat kantoortje is een kamertje voor de zwangere vrouwen. Het zwangere-vrouwen-kamertje is zo’n 5 bij 5 meter groot en heeft tegen alle wanden een stapelbedstaan en in het midden is zo’n 1 vierkante meter loopruimte. Toen ik vorig jaar in deze Section werkte werden deze vrouwen, zodra de baby geboren was, binnen niet al te lange tijd (één, hooguit twee weken) uit Moria gehaald en kregen ze een plekje in een appartement in Mytilini, de hoofdstad van het eiland. Nu gaat dat allemaal veel langzamer en zijn er amper appartementen beschikbaar en moeten de kersverse moeders in Moria in de Section blijven. 

Een van de kersverse moeders met haar pasgeboren baby’tje.

Nu weet iedereen dat zwangere vrouwen, als alles goed gaat, op een gegeven moment moeten gaan bevallen. Vlak voordat ik in Moria aankwam waren er al een aantal pasgeboren baby’s in de Section, maar sinds vorige week zijn er 3 nieuwe baby’s bij. Een van de moeders liep al een paar weken moeizaam, waggelend, met haar dikke buik en van moeite vertrokken gezicht rond en het was voor iedereen duidelijk dat het moment van bevallen niet lang meer kon duren. Wat we niet hadden bedacht was dat er 3 baby’s in 2 dagen bij zouden komen! Vorige week was het zo ver, ’s avonds brak bij een van de moeders de vliezen en mijn collega heeft haar naar de dokter gebracht, die haar vervolgens naar het ziekenhuis doorverwees. De volgende dag was het bij 2 andere moeders raak en ook zij vertrokken naar het ziekenhuis. Een van de baby’s moest met een keizersnee gehaald worden, de andere twee kwamen via de natuurlijke weg. Toen ik de volgende dag hoorde dat we 3 vrouwen in het ziekenhuis hadden met alle drie een pasgeboren baby’tje moest ik er natuurlijk heen! Samen met twee andere meiden sprongen we ’s avonds na onze werkdag in de auto om op kraamvisite te gaan. In een van de achterste kamers op de kraamafdeling lagen ze dan. In een kamer waar in Nederland misschien maximaal 4 bedden zouden staan, stonden er hier 6 en in 5 van die bedden lag een kersverse moeder, waarvan ik er 3 persoonlijk kende. Toen ik mijn hoofd om het hoekje van de deur stak en de kamer binnenstapte, veranderden hun gezichten in een grote glimlach. En wat een prachtige, schattige baby’tjes hadden ze! Met hun zachte, zwarte krullenkopjes lagen ze vredig in hun bedjes te slapen. Het zien van deze pasgeboren baby’tjes riep zoveel verschillende emoties bij me op. De komst van het nieuwe leven is een vreugdevol gebeuren, maar tegelijkertijd kon ik wel janken als ik erover nadacht dat deze kleine mensjes binnen een aantal dagen in Moria zouden zijn. De plek waar je je ergste vijand nog geen leven gunt, daar zouden ze binnenkort met hun moeders weer moeten wonen. In een propvolle kamer, in een propvolle section, in een propvol vluchtelingenkamp…

Een van mijn favoriete schattige baby’tjes. Zij is ongeveer een week voor mijn aankomst in Moria geboren.

Iedere keer als ik nu een van de baby’tjes vasthoud vraag ik me af hoe hun leven er over 5 jaar uit zal zien. Heeft het feit dat hun jonge leven in Moria begon dan nog steeds invloed op wie ze zijn en hoe ze zich ontwikkelen? Zullen ze weten dat hun moeder met een zwangere buik in een rubberen bootje is gestapt op zoek naar veiligheid en een beter bestaan? Zullen de moeders vertellen over dat kamertje vol zwangere vrouwen en pasgeboren baby’s? Zullen ze de achterstand waarmee hun leventje begon kunnen inhalen..? 

Als al deze vragen door mijn hoofd spoken is het enige wat ik kan doen, bidden of God met hen mee gaat, want gelukkig weet ik dat ook deze baby’tjes een parel in Zijn hand zijn.