Corona, brand en een nieuw kamp

Wie had een paar weken geleden kunnen bedenken dat Moria niet meer zou bestaan? De plek waarvan ik hoopte dat deze op een dag gesloten zou worden, is niet meer…! Het lijkt me overbodig jullie te vertellen dat hier de afgelopen weken een humanitaire ramp heeft plaatsgevonden. De brand van Moria was in Nederland groots in het nieuws en velen van jullie hebben mij de afgelopen weken berichtjes en bemoedigingen gestuurd. Maar nu het stof weer wat is neergedwarreld blijft het werk hier meer dan ooit nodig. In dit bericht wil ik jullie een update geven hoe de laatste weken eruit hebben gezien en hoe dit voor mij geweest is. 

Op de ochtend van 9 september werd ik vroeg wakker van mijn telefoon die roodgloeiend stond van de berichtjes. Die avond ervoor had ik van mijn collega te horen gekregen dat ons coronaprotocol opgeschaald was naar “code rood”, nadat was gebleken dat het coronavirus door het hele kamp verspreid bleek te zijn. Precies een week ervoor was de eerste coronabesmetting vastgesteld en nadat er rond de 2.000 tests waren uitgevoerd bleek nu dat overal in het kamp het virus aanwezig was. In de avond van 8 september hadden we al gehoord dat er wat onrust in het kamp was, mensen weigerden in quarantaine te gaan en volgden de instructies van de dokters niet op. Er was besloten dat mijn collega en ik woensdagochtend 9 september met zijn tweeën wat vroeger dan normaal richting het kamp zouden gaan om te bepalen of het voor de vrijwilligers veilig zou zijn om te gaan werken. 

Een paar dagen na de brand ben ik samen met een vriendin Moria in geweest. Van de Section, waar ik zoveel tijd heb doorgebracht, is niets meer over dan puin en as…

Woensdagochtend om half 7 kreeg ik een berichtje van dezelfde collega dat ik zo snel mogelijk naar haar toe moest komen. Via verschillende kanalen had ik al gehoord en gezien dat de brand in Moria immens moest zijn geweest. Binnen 5 minuten zat ik in de auto en ontmoette ik haar vlakbij haar huis in ons dorp. Het eerste wat ze tegen me zei was: “Debora, ik denk dat dit het einde is van Moria.” Terwijl ze dat zei vloog er een helikopter over ons heen om een paar meter verderop water uit de zee te halen om boven Moria kamp te lozen. “Alles is weg, ons kantoor, het kamp, de Section, niets is meer over. Toen ik vanmorgen de politie belde om te vragen of we mochten komen was zijn antwoord ‘No way, het is veel te gevaarlijk.’ Debora, het is afgelopen.” Dat waren haar woorden. Het drong amper tot me door wat ze nu precies vertelde, maar toen we een stukje doorliepen en we op de parkeerplaats mensen tegenkwamen die daar de nacht hadden doorgebracht, en ik daar een paar vrouwen herkende die in de Section woonden, kwam de realiteit langzaam toch binnen. In de verte zagen we het dal rondom Moria gevuld met grote rookwolken. De politie was overal op straat en ontheemde vluchtelingen liepen rond. Nog altijd bleef de helikopter heen en weer vliegen met water uit de zee…

Wat later die dag reed ik samen met een andere collega richting het gedeelte waar de meeste mensen op straat bivakkeerden. De politie had op de hoofdweg naar Mytilini 2 grote politiebussen haaks op de weg gezet om de mensen tegen te houden en daarvoor lagen en zaten overal mensen. Bij de politiebussen stopte ik de auto en zodra ik uitstapte hoorde ik op verschillende plekken om mij heen, vrouwen uit de Section mijn naam roepen. “Debora, Debora, heb je water? Heb je melk voor mijn pasgeboren baby? Heb je een deken voor mijn zoontje? Heb je eten? Debora, waar moeten we heen? Waar moeten we vannacht slapen? Wat gaat er nu met ons gebeuren?” Allemaal vragen waar ik geen antwoord op had en, zoals de dagen erna zou blijken, ook geen makkelijk antwoord op te vinden was. Duizenden mensen waren die nacht alles verloren, en het gedeelte was die nacht nog niet was afgebrand werd diezelfde avond ook in brand gestoken, wat ervoor zorgde dat daadwerkelijk iedereen die in Moria woonde ontheemd was. 

Duizenden mensen sliepen op straat en op de parkeerplaats van de Lidl. Foto: Salomé Wiedmer

In de dagen die volgden probeerden we te focussen op de meest belangrijke noden: eten, drinken, dekens en babyspullen. Het grootste probleem was echter de chaos. Duizenden mensen lagen op straat en hadden allemaal honger en dorst. Het distribueren van eten en spullen kon alleen plaatsvinden als er een goed systeem opgezet kon worden, want anders zou het resulteren in opstand en gevechten. Na verschillende mislukte pogingen lukte het na een paar dagen eindelijk om, samen met tientallen andere organisaties, een voedseldistributie op te zetten. Ook had een andere organisatie een manier gevonden om dekens en babyspullen uit te delen, ’s morgens vroeg om 4 uur gingen onze vrijwilligers met hen op pad om, terwijl iedereen nog in slaap was, de spullen bij de gezinnen neer te leggen. Deze samenwerkingen met andere organisaties is gelijk een van de bijzonder mooie dingen die de brand ons heeft gebracht. Eerder deed iedere organisatie nog wel eens naast elkaar zijn eigen ding, maar nu zagen we dat iedere organisatie zijn eigen kracht heeft en dat we mét elkaar ontzettend grote dingen kunnen bereiken. 

Terwijl wij ons best deden om in de noden van de mensen op straat te voorzien, werd er ondertussen in Europa en Griekeland een groot politiek spel gespeeld. Rond de 9.000 mensen lagen op straat en de brand van Moria kan wat mij betreft gezien worden als een rechtstreeks gevolg van de onmenselijke situatie in het kamp. De brand werd, begrijpelijkerwijs, door veel organisaties aangegrepen om ervoor te vechten dat al deze mensen naar het vasteland en naar andere Europese landen zouden moeten worden overgeplaatst. Iets waar ik het aan de ene kant helemaal mee eens ben, het moet een keer afgelopen zijn met het lijden van deze mensen. Maar aan de andere kant schuurt het ook, want zou dat niet super oneerlijk zijn voor alle mensen die net in de weken voor de brand Moria moesten verlaten en nu in Athene op straat wonen…? 

Op de achtergrond van dit politieke decor werden er honderden Griekse militairen in een gebied vlakbij ons dorp gebracht om daar een nieuw kamp te bouwen. Een super omstreden kamp, want wordt dit Moria 2.0? Daarnaast heeft de Griekse overheid het er al maanden over dat ze gesloten kampen willen bouwen, dus een soort gevangenissen waar de vluchtelingen in worden opgesloten. Wordt dit kamp zo’n gevangenis? Het waren, en zijn nog steeds, ingewikkelde dilemma’s waar ik veel met mijn huisgenootje over heb gesproken. Want als dit Moria 2.0 wordt en hier mensen in worden opgesloten, dan wil ik daar eigenlijk niet aan meewerken…!

Binnen een paar dagen zijn er meer dan duizend tenten gebouwd voor de ontheemde vluchtelingen. Foto: Salomé Wiedmer

Het waren vragen waar ik op dat moment geen antwoord op wist, maar wat ik wel wist was dat mijn collega mijn hulp in dit nieuwe kamp nodig had. Op zaterdagochtend werd ik door haar gebeld en ze wilde dat ik naar het kamp zou komen om haar te helpen met het huisvesten van de eerste vluchtelingen die van de straat kwamen. Eerst moest ik snel een kaart van het gebied maken, we maakten ons computersysteem klaar voor registraties in dit kamp en we moesten bepalen wie waar geplaatst zou worden. Een bizarre verantwoordelijkheid, maar tijd om daarover na te denken hadden we amper, de eerste mensen kwamen het kamp al binnen. De ene na de andere vrouw die ik kende vanuit de Section in Moria, kwam naar onze tent om een plekje in het kamp te krijgen. Steeds als ik weer iemand zag die ik kende had ik moeite om mijn tranen weg te slikken. Voor de vrouwen was het nog veel emotioneler. Zij hadden al dagenlang op straat geslapen in onzekerheid en angst, soms een baby van maar een paar weken oud. Ik was ontzettend blij ze weer te zien en ze een plekje in dit kamp te geven, maar aan de andere kant voelde het ook niet goed. De voorzieningen in het kamp waren totaal nog niet klaar, letterlijk het enige wat we ze konden bieden was een tent. Er waren alleen nog maar chemische toiletten, maar geen douche, geen stromend water, geen elektriciteit en daarbovenop wist ook niemand wat het uiteindelijke plan met dit kamp zou zijn. Zou de poort voor hen op een dag weer opengaan zodat ze het kamp uit zouden kunnen, of werd dit een gevangenis? 

Deze video laat zien hoe de problematische situatie op de straat was. Veel mensen zijn onzeker over of ze wel of niet naar het nieuwe kamp willen of moeten gaan.

De onzekerheid bleef klagen, maar tegelijkertijd was de hulp in het kamp zo hard nodig! Het was iedere dag weer een ingewikkeld dilemma. Wel zagen we gelukkig iedere dag verbeteringen in het kamp. Elektriciteit werd aangelegd, er werden geulen gegraven voor de sanitaire voorzieningen en langzaamaan kwam er meer structuur in de chaos. Binnen een aantal dagen zijn alle mensen van de straat in het nieuwe kamp gehuisvest. Twee dagen waren met name erg zwaar, toen er per dag zo’n 3.000 mensen binnenkwamen. Het waren lange, moeilijke en vermoeiende dagen. 

Het is momenteel alweer bijna een maand geleden dat Moria afbrandde. Langzaamaan beginnen dingen weer wat normaler te worden. Waar ik de eerste weken volop bezig was met de eerste crisisrespons, kan ik nu gelukkig weer wat meer focussen op de dingen die ik leuk vind om te doen: werken met de extra kwetsbare vluchtelingen. Ik werk op dit moment met een team vrijwilligers om de noden van de meest kwetsbaren in het kamp in kaart te brengen en deze mensen door te verwijzen naar de Grieken en de UNHCR. We hebben in samenwerking met een andere NGO al voor veel mensen een verschil kunnen maken en dat is erg bemoedigend om te zien. 

Ik weet dat veel van jullie zich ook afvragen: “Hoe houdt ze het toch vol in deze stressvolle tijd?!” en laat ik maar eerlijk zijn, die vraag stel ik mezelf ook steeds. Ik weet dat er maar 1 antwoord op deze vraag is, en dat is dat ik dit alleen kan doen met Gods hulp. Tijdens deze heftige periode kreeg ik een ontzettend fijn nieuw huisgenootje en woonden er ook 2 erg goede vriendinnen van mij naast me. God heeft precies de juiste timing gehad door deze mensen juist in deze periode om me heen te plaatsen. Met hen heb ik in deze periode alles kunnen delen, we hebben samen kunnen lachen, maar vooral ook samen kunnen huilen. Ik weet ook dat er ontzettend veel voor mij en de andere vrijwilligers hier gebeden worden en ik wil jullie vragen dat ook te blijven doen. Juist nu de situatie hier niet meer zo in het nieuws is, blijft gebed ontzettend nodig! 

Hoe de toekomst eruitziet weet niemand. Er worden gelukkig iedere week al wel mensen vanuit het kamp naar het vasteland gebracht en iedere dag zijn er weer verbeteringen in het kamp. De toekomst blijft onzeker, maar zo lang ik weet dat ik met mijn aanwezigheid hier een verschil kan maken voor de mensen hier, blijf ik. In mijn vorige blog hebben jullie kunnen lezen dat ik me voor weer een jaar wil inzetten en dat is nu niet anders. Zolang de nood er is, wil ik er voor deze mensen zijn en hen Gods liefde laten zien.  

Wilt u naast meebidden ook op een andere manier helpen? Kijk op de website van Christian Refugee Relief, onze Nederlandse partner en doneer, help met een inzameling of kom meehelpen met een groepsreis! Wilt u rechtstreeks een donatie doen voor mijn werk, dan kan dat onder het kopje “Doneer

Voor meer foto’s over het werk dat we doen, volg EuroRelief op Facebook en Instagram!

Bijna een jaar verder

Opeens was het eind juli. Ik weet niet hoe het voor jullie voelt, maar ik heb soms het idee dat het leven in maart, toen de coronacrisis begon, op pauze is gezet en dat we nu opeens in de zomer weer wakker zijn worden. Het voelt alsof er aan de ene kant niets is veranderd en aan de andere kant weet ik dat het leven gewoon door is gegaan. 

Griekenland heeft de coronacrisis tot nu toe gelukkig goed doorstaan, maar nu het land weer buitenlandse toeristen toelaat en iedereen vrij door het land kan reizen, is het risico voor Moria eigenlijk groter dan ooit tevoren. In de afgelopen weken zijn er verschillende gevallen van corona onder de Griekse bevolking op het eiland vastgesteld en dat brengt uiteraard het risico met zich mee dat corona ook kamp Moria bereikt. We blijven hopen en bidden dat het zo ver nooit zal komen. 

Tijdens mijn vakantie in Nederland heb ik eindelijk mijn in mei geboren nichtje Jaël kunnen vasthouden! <3

De afgelopen weken heb ik in Nederland vakantie gehad. Ik was er ontzettend aan toe om alles hier even helemaal los te laten en niets te hoeven doen. Totaal ben ik 3,5 week in Nederland geweest en ik heb helemaal bij kunnen komen. Helaas heb ik vanwege een griepje weinig mensen in Nederland kunnen ontmoeten, bij klachten moet je immers thuisblijven. Twee tests hebben gelukkig kunnen uitsluiten dat mijn klachten hoorden bij corona. Op dit moment zit ik alweer in de laatste dagen van mijn zelf-quarantaine hier op Lesbos. 

Met dat augustus steeds dichterbij komt, komt er ook een mijlpaal dichterbij. Vorig jaar, halverwege augustus ben ik in het vliegtuig gestapt om hier op Lesbos te gaan werken. Dat was met de insteek voor “minimaal een jaar”. Richting het einde van dat jaar zou ik kijken hoe het hier zou gaan, met mij, met kamp Moria, met de organisatie EuroRelief en met de financiën om dan de balans op te maken of het na een jaar goed geweest was, of dat ik hier nog langer zou willen en kunnen werken. En dat laatste is het geval. Ik heb er veel over nagedacht, maar ik geloof dat God mij hier geroepen en geplaatst heeft met een reden en een doel en dat dat niet nu na een jaar is afgelopen. In afhankelijkheid van Hem heb ik een jaar geleden die stap gezet, met het vertrouwen dat Hij leidt en voorziet. En dat heeft Hij gedaan! Er is zo’n overvloed aan financiële steun binnengekomen dat ik me hier geen minuut zorgen over hoef te maken. Ik voel me gedragen en gesteund door al jullie gebeden in Nederland en ik heb met de mensen in Moria een ontzettend gezegende tijd gehad. Zoveel vrouwen heb ik mogen leren kennen en ik heb overvloedig Gods liefde met hen mogen delen. Door vrienden met ze te zijn, een luisterend oor te bieden, een arm om hen heen te slaan, hun tranen af te vegen, met ze te lachen, met ze te eten en met ze te dansen. Zoveel vrijwilligers heb ik leren kennen met wie ik nog steeds regelmatig contact heb, van wie ik weet dat ze voor mij en Moria bidden. Ook met de Griekse medewerkers heb ik een band mogen opbouwen die tot zoveel mooie dingen heeft geleid. 

Natuurlijk zijn er ook moeilijke momenten. Moria is een plek die ik niemand toewens en als ik zie wat die plek met mensen kan doen breekt mijn hart. Het breekt mijn hart als een wanhopige moeder met een gehandicapte zoon aan me vraagt hoe het nu verder moet, het breekt mijn hart als een van de vrouwen in een psychose belandt en bijna zelfmoord wil plegen, het breekt mijn hart als iemand naar de alcohol of zelfs drugs grijpt om maar even niet aan de ellende te moeten denken, het breekt mijn hart als ik denk aan al die baby’s die de eerste maanden van hun leven in vluchtelingenkamp moeten doorbrengen. Het breekt mijn hart als ik kijk naar al het onrecht dat er in Moria is. Maar ook in die ellende weet ik “In dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem die ons heeft liefgehad.” Ook ik verlies vaak mijn blik op God en ik voel Hem zeker niet iedere dag, maar ik weet dat “noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere. En daar vertrouw ik dan maar op. Hij is erbij, ook het volgende jaar dat ik hier in Moria hoop te werken.

Blijft u mij ook dit komende jaar steunen, met gebed, financiën en betrokkenheid?

Bid mee:

  • Voor mij, om kracht om ook het komende jaar weer hier te mogen dienen en te vechten tegen het onrecht, dat ik mijn blik op Hem gericht mag houden en dat door mij heen Zijn licht mag schijnen
  • Voor het team van EuroRelief, dat de juiste beslissingen genomen mogen worden in soms moeilijke dilemma’s
  • Voor de vluchtelingen, dat ze mogen weten dat God er altijd voor hen is, ook in het donkerste en diepste dal
  • Voor de Griekse overheid, om de juiste, menselijke beslissingen te maken rondom de vluchtelingenproblematiek
  • Voor Europa, voor solidariteit met de mensen in Moria en échte oplossingen

Dank mee:

  • Voor de zegen die ik voor de vluchtelingen mocht zijn tijdens het afgelopen jaar
  • Voor alle blijdschap en energie die God mij heeft gegeven zodat ik hier kon werken
  • Voor het feit dat corona nog steeds Moria niet bereikt heeft
  • Voor al het werk dat we het afgelopen jaar hebben mogen verzetten en alle projecten die we succesvol hebben kunnen afronden
  • Voor de overvloedige financiële zegeningen die ik heb mogen ontvangen

Verhalen van hoop

Het leven gaat door, ook in Moria. Coronacrisis of niet, nog steeds wonen er rond de 20.000 mensen in dit kamp gebouwd voor 3.000. Nog steeds staan deze mensen dagelijks uren in de rij voor hun eten en water en nog steeds is de situatie voor veel mensen bijna ondraaglijk. Maar in al deze ellende wil ik wat verhalen van hoop met jullie delen, gewoon als een tegenwicht aan al het negatieve nieuws over Moria.

Dit ben ik samen met Mohamed die trots als een pauw zijn zelfgemaakte badge laat zien.

In de Section waar ik de meeste tijd doorbreng wonen op dit moment zo’n 300 vrouwen en ongeveer 100 kinderen. Mijn collega’s en ik zijn hier van ‘s morgens 8.00 tot ‘s avonds 00.00 aanwezig. Omdat we zoveel tijd met de vrouwen en kinderen doorbrengen ontstaan en vriendschappen en zijn we getuige van andere mooie verhalen. Met name het contact met de kinderen brengt zoveel vreugde! Zo zag mijn collega een tijdje geleden de kinderen rondrennen in “hesjes” gemaakt van blauwe plastic tasjes. Ze gebruikten hun handen als walkie talkie en riepen naar elkaar “What happened, what happened?” en renden druk heen en weer. Ze speelden met elkaar dat ze “EuroRelief” waren, de organisatie waar ik voor werk. Heerlijk om te zien hoe kinderen toch kinderen blijven! Een ander jongetje antwoordde stellig “EuroRelief!, nadat we hem vroegen wat hij later wilde worden. Gelijk daarna zei hij “Oh, maar dat kan niet, want ik ben chocola”, waarna hij naar zijn huid wees. We hebben hem toen op het hart gedrukt dat het niet uitmaakt welke kleur je huid is, dat iedereen hetzelfde is en dat hij zeker welkom is om later bij ons te komen werken. Vorige week vond een van de kinderen een keycord en samen met mijn collega hebben ze toen een badge voor hem gemaakt. Vervolgens liep hij trots met zijn borst vooruit riep “I am EuroRelief”. Dat zijn de momenten die een glimlach op mijn gezicht geven en die ons laten zien welke impact het werk heeft dat we doen.

Ook met de vrouwen zijn er veel mooie momenten. Ik moest vorige week een paar dagen thuisblijven vanwege een buikgriepje en toen ik deze week weer terug aan het werk ging vroegen zoveel vrouwen me hoe het met je ging en of ik weer beter was. Ze hadden gehoord dat ik ziek was en maakten zich zorgen over me. Ik weet dat ik hier niet ben om de goedkeuring van deze vrouwen te ontvangen, maar dat ik hier ben om God te dienen. Toch doet het me goed om te horen dat ze onze aanwezigheid waarderen en het fijn vinden dat we er zijn. Zo vertelde een van de vrouwen ons vorige week dat we zijn “als elektriciteit voor Moria, zonder ons is er geen licht in het kamp”. Dat is een van de momenten dat de bijbeltekst “U bent het licht van de wereld” (Matt. 5:14) echt zichtbaar is. Dan zien we dat we met onze aanwezigheid Gods licht in de duisternis hier mogen schijnen.

Op dit moment vieren miljoenen moslims wereldwijd Ramadan en zo ook in Moria. Veel vrouwen in de Section zijn van Afghaanse of Somalische afkomst en zijn dus moslim. Van ‘s morgens een uur of 5 tot ‘s avond 8 eten en drinken zij niets, zelfs geen water! ‘s Avonds wordt het vasten gebroken met een maaltijd die “iftar” heet. De gastvrijheid van de vrouwen is ongekend. Zelfs het weinig wat ze hebben delen ze nog met ons. Heerlijke gerechtjes worden gemaakt en de uitnodiging afslaan is onbeleefd, dus we genieten heerlijk met ze mee.

Iets anders waar ik ontzettend blij van word is het feit dat we een nieuw kantoortje hebben gekregen! De ruimte naast ons kantoor is vrijgemaakt en een week lang hebben we geboend, kakkerlakken bestreden en geverfd, maar nu kunnen we al meer dan twee weken iedere dag genieten van deze frisse, nieuwe ruimte. Het kantoortje is groter dan het vorige dat we hadden en we maken dankbaar gebruik van alle ruimte die we nu hebben. Een van mijn collega’s is erg creatief en heeft een prachtige muurschildering van een wild bloemenveld gemaakt. We hebben ook een bed in het kantoortje staan die dienstdoet als bank. De aankleding van het kantoortje is mede mogelijk gemaakt door jullie donaties die in de afgelopen weken en maanden zijn binnengekomen, ontzettend bedankt daarvoor!

Schrobben, boenen en verven, een hele week lang!
Mijn collega die samen met een paar meisjes de laatste hand legt aan de muurschildering

Ook het leven buiten Moria gaat door. Ik zou nu eigenlijk mijn vakantie in Nederland hebben, maar vanwege corona loopt alles even anders. Ik weet niet precies wanneer ik weer in Nederland hoop te zijn, maar dat zien we vanzelf. Verder begin ik echt weer te merken dat ik op een Grieks eiland woon. De temperatuur komt hier overdag dagelijks al boven de 20 graden en heldergele lentebloemen bloeien overal.

Uiteraard zijn er ook zorgen. In deze blog wil ik die met u delen in de vorm van gebedspunten. Bidt u mee?

  • Dank dat corona nog steeds Moria niet bereikt heeft, maar bid dat dat ook zo blijft! We moeten er niet aan denken wat er gebeurt als deze gevaarlijke ziekte dit overvolle kamp bereikt.
  • Bid dat nieuwe vrijwilligers mogen komen nu dat met de coronacrisis en de reismaatregelen ingewikkelder gaat dan normaal.
  • Bid voor energie, kracht en wijsheid voor mij en al mijn collega’s in deze tijd waarin corona alles onzeker maakt.

Van de ene crisis in de andere

Ik zit hier samen met mijn huisgenootje warm in ons appartement. Een aantal drukke weken ligt achter me en de weken die voor me liggen zijn een groot vraagteken…

Zoals jullie allemaal op het nieuws hebben kunnen horen en zien is de situatie op Lesbos in de afgelopen weken uit de hand gelopen. Van veel van jullie heb ik bezorgde berichtjes gekregen over of ik wel veilig was en over hoe het hier gaat. Zelfs de krant en de radio vroegen me om te vertellen over de situatie hier. Een rode draad in al die gesprekken is: “Waarom?”

Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat de Grieken bootjes vol vluchtelingen met stokken van de kust afduwt om te voorkomen dat de mensen aan wal komen? Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat een paar van mijn vriendinnen in de auto zijn aangevallen, een ruit werd ingeslagen en ze achtervolgd werden door gemaskerde mannen? Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat tientallen vrijwilligers op de vlucht moesten naar Athene, voor hun eigen veiligheid? Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat de Griekse kustwacht richting zee is gaan schieten?

Het wordt een beetje een politiek verhaal, maar dat is nu eenmaal de situatie waarin ik leef. De gebeurtenissen hier op het eiland zijn de directe gevolgen van een aantal politieke beslissingen die in de afgelopen jaren en weken genomen zijn. Allereerst is daar de Turkije-deal die in 2016 ervoor heeft gezorgd dat Turkije zijn grenzen richting Europa strenger moest gaan bewaken en daarmee het aantal vluchtelingen dat de overtocht naar Europa maakt heeft verminderd. Een ander gevolg van de Turkije-deal is dat de vluchtelingen die nog wel op de Griekse eilanden aankwamen daar moesten blijven, met als gevolg de huidige overvolle kampen. De Turkije-deal was een noodoplossing die nu al 4 jaar lang geldt. De Grieken worden de overvolle kampen op de eilanden zat. Ze zijn het zat om de schapen uit hun weilanden gestolen te zien worden, ze zijn het zat om hun olijfbomen omgekapt te zien worden en ze zijn het zat om bang te zijn om ‘s avonds alleen op straat te lopen. Want dat zijn de consequenties van het feit dat Moria nu rond de 20.000 mensen telt. Niet dat de vluchtelingen dit doen om de Grieken te pesten, maar gewoon omdat ze honger hebben, gewoon omdat ze het ‘s nachts koud hebben en gewoon omdat het kamp met de dag groeit. Kortom, de Grieken op de eilanden zijn het zat om al 4 jaar lang de hele Europese vluchtelingencrisis te dragen. Die Turkije-deal kan eigenlijk gezien worden als een pleister op een gebroken been. Al 4 jaar lang en Europa heeft niets gedaan om dat been eens goed in te gipsen en te genezen….

Dan is daar de huidige situatie in Turkije, de spanningen rondom de Syrische grens in het zuiden en de gigantische hoeveelheid vluchtelingen in Turkije waar Erdogan vanaf wil. Daarom besloot hij een paar weken geleden dat hij de grenzen met Europa zou openen. Tienduizenden vluchtelingen stroomden richting de landgrens en probeerden daar Griekenland binnen te komen. Toen daar door de Griekse grenswacht gereageerd werd met traangas en geweld en er eigenlijk niemand doorheen kwam, én toen het stormige weer overging in zacht lenteweer stapten honderden mensen in bootjes en maakten de overtocht via de zee. Al die mensen kwamen aan op de al overvolle eilanden en toen kwam die frustratie die al 4 jaar lang bij de Grieken is opgebouwd er in één keer uit. Deels kwam het eruit richting de vluchtelingen, maar voornamelijk de vrijwilligers van NGO’s werden het doelwit. Voor een gevecht tegen 20.000 vluchtelingen in een kamp heb je nogal wat mankracht nodig, maar vrijwilligers die in hun huurautootje over straat rijden zijn een veel makkelijker doelwit. En dat is dus wat er gebeurde…

Ikzelf was tijdens deze periode precies in Athene. Mijn broertje Timon is hier een weekje geweest, precies toen het nog rustig was en op zaterdagochtend zijn we naar Athene vertrokken. Op zondagmiddag barstte op Lesbos de bom. Mijn collega’s hebben toen bijna een week in huis opgesloten gezeten omdat het voor hen niet veilig was om op straat te komen. Aan het einde van die week zijn ze naar Athene gekomen en hebben we met elkaar daar het weekend doorgebracht. Op maandag zijn we weer terug naar het eiland gekomen omdat de situatie gelukkig weer gekalmeerd was. Er zijn weinig incidenten meer geweest, maar we zijn nog steeds wel alert. Op maandag zijn we gewoon weer aan de slag gegaan en hebben we het werk opgepakt waar we het hadden laten liggen.

Onze tijd in Athene hebben we goed kunnen gebruiken om als team erop uit te trekken en tijd met elkaar door te brengen.
Deze prachtige zonsondergang was een van de hoogtepunten van onze gedwongen vakantie.

We zijn amper van deze crisis bijgekomen, of de volgende dient zich alweer aan. Het coronavirus komt om de hoek kijken. Op dit moment is er van 1 Griekse vrouw bekend dat ze het virus heeft en zij ligt in het ziekenhuis. In Moria is het virus nog niet opgedoken en we bidden en hopen dat dat zo blijft. Wellicht tegen beter weten in. Hygiene, handen wassen met zeep, lichamelijk afstand houden, jezelf opsluiten. Het zijn allemaal dingen die nu in Nederland geadviseerd worden om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Hier in Moria zijn het echter adviezen waar niemand iets mee kan, gewoon omdat de voorzieningen er niet zijn. Het feit dat het virus Moria nog niet heeft bereikt betekent echter niet dat men er niet mee bezig is. Iedere dag zie ik meer mensen met gezichtsmaskers op rondlopen, en veel mensen vertellen me dat ze bang zijn het te krijgen. Hoe groot is de kans op overleven voor onze vertaler die diabetes heeft, hoe groot is de kans op overleven voor die vrouwen met nierproblemen of asthma? Ook is onduidelijk hoe het virus de hoeveelheid vrijwilligers gaat beïnvloeden, we horen al berichten van teams die hun reis hebben gecanceld, vliegmaatschappijen die vluchten schrappen en mensen die het eiland voortijdig moeten verlaten vanwege reisrestricties. Hoe gaan de komende weken er uit zien? We weten het niet…

Samen met 2 andere vrijwilligers hebben we genoeg boodschappen gedaan zodat, als we dan tóch in quarantaine moeten, er in ieder geval genoeg eten beschikbaar is.

Onze teamleider zei deze week “Het staat nergens in de Bijbel dat God volgen makkelijk zal zijn. Als je terug naar huis wilt ben je vrij om te gaan, maar realiseer je dat God ons misschien juist wel voor een tijd als deze hier heeft geplaatst.” Dat was een mooie bemoediging. Als ik hoor dat onze Griekse collega’s thuisblijven en we andere NGO’s zien vertrekken, vraag ik me af wie er voor deze mensen zorgt als we allemaal onze biezen zouden pakken. Ik geloof dat God mij heeft geroepen om in Moria te werken en dat betekent niet dat ik mijn spullen pak als het moeilijk wordt… Ook betekent dat niet dat ik onvoorzichtig en onverschillig kan zijn richting de risico’s. Ook ik was mijn handen extra vaak, probeer afstand te houden tot de mensen om me heen en ik heb een extra voorraadje eten in mijn kast liggen. Maar toch, ik weet ook in moeilijke tijden en wanneer we van de ene crisis overgaan op de andere crisis, dat God nog steeds dezelfde is. Zoals het in 1 Petrus 5:7 staat: Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u. En dat is wat ik dan maar doe.

Een beeld zegt meer dan duizend woorden

Omdat woorden vaak tekort schieten

Een prachtig eiland met een donkere plek

Afbeelding 1 van 28

De artikelen die bij de foto’s horen:

https://www.theguardian.com/artanddesign/gallery/2019/dec/03/life-in-a-greek-makeshift-migrant-camp-in-pictures

https://www.theguardian.com/global-development/2020/jan/11/lesbos-moria-refugee-camp-syrian-teenager-family-uk

https://www.theguardian.com/global-development/2020/jan/16/catastrophic-conditions-greet-refugees-arriving-on-lesbos

https://www.theguardian.com/global-development/2020/jan/17/moria-is-a-hell-new-arrivals-describe-life-in-a-greek-refugee-camp

https://www.theguardian.com/world/2020/jan/23/greece-urged-to-move-140-ill-children-from-lesbos-refugee-camp

https://www.theguardian.com/world/2020/feb/09/moria-refugee-camp-doctors-story-lesbos-greece

https://www.theguardian.com/global-development/2020/feb/11/un-calls-for-urgent-evacuation-of-lesbos-refugee-camp

Regen, modder en kou

Oeps, er zijn zomaar bijna 2 maanden voorbij gegaan zonder een blog! Hoog tijd dus om weer eens een update te schrijven!

Op dit moment wonen er rond de 17.000 mensen in Moria. Toen ik in augustus aankwam waren dat er rond de 9.000, in een paar maanden tijd is het kamp dus haast verdubbeld! In de zomer stond Moria al vol met tentjes en was aan de oostkant van het kamp de heuvel helemaal volgebouwd met tentjes. Op dit moment wordt het hele kamp omringd met tentjes, en dat terwijl de winter zijn intrede doet. Op onderstaande luchtfoto die afgelopen week is gemaakt valt goed te zien hoe Moria letterlijk uit zijn voegen barst.

Dit is Moria en de omliggende olijfgaarden. De rode streep linksboven is Section C, met daaronder Section D (tenten) en Section E (ISO-boxen).
Alle tenten aan de boven- en rechterkant zijn er in de afgelopen maanden bijgekomen.

De afgelopen 2 maanden heeft EuroRelief hard gewerkt om, voor zover dat kan, Moria wat meer “winterproof” te maken. Een team Nederlanders heeft op alle ISO-boxen in Moria golfplaten daken geïnstalleerd om de lekkage tegen te gaan. Ook de ISO’s in Section E zijn voorzien van een nieuw dak en gelukkig krijgen we nu geen klachten van lekkage meer. Ongeveer 2 maanden geleden hebben we ook met een groot team alle tenten in Section D vervangen en wat meer winterproof gemaakt. Met een extra laag aan de binnenkant, een stevig zeil óver en een laag pallets ónder de tent, zouden alle tenten het water en de kou enigszins moeten kunnen trotseren. Nieuw grind dat we in het pad hebben gestort moet ervoor zorgen dat het geen modderboel wordt zodra het gaat regenen. Afgelopen week hebben we deze zogenoemde “winterization” in de Section afgemaakt met elektrische verwarmers voor iedere tent en ISO-box, die met gejuich en applaus werden ontvangen.

Het contrast tussen de Sections en het gedeelte buiten het kamp is gigantisch. In Olive Grove, het gedeelte aan de onderkant van de luchtfoto, zijn lang geleden al wasfaciliteiten geïnstalleerd, de mensen daar hebben hun manieren gevonden om aan elektriciteit te komen, kortom het leven daar is nog redelijk gestructureerd. In de afgelopen maanden zijn er echter zo veel mensen aangekomen dat ook Olive Grove vol raakte. De mensen zijn daarom hun tenten op gaan slaan aan de andere kant van Moria. Waar dit 3 maanden geleden nog gewoon olijfgaarden waren, zijn deze velden nu het thuis van honderden, zo niet duizenden mensen. Hier zijn nog geen toiletten geïnstalleerd, hier is amper elektriciteit, hier geen pallets onder de tenten of elektrische kacheltjes om de mensen warm te houden. De mensen noemen het onderling de “jungle” en er is eigenlijk geen betere omschrijving.

De “jungle” waar mensen moeten zien te overleven in de modder…

Met de komst van de winter is ook de regen gekomen. Afgelopen week heeft het een aantal dagen geregend en waar Moria in de zon al een moeilijke plaats is, verandert het met de regen echt in een hel. Zelf word ik altijd erg chagrijnig als ik natregen en koude voeten krijg. Tijdens zo’n regendag moet ik steeds weer tegen mezelf zeggen dat ik aan het eind van de dag naar een schoon en droog huis kan, waar ik een warme douche kan nemen, droge kleding kan aantrekken en lekker onder de dekens in bed kan kruipen. De mensen hier in Moria kunnen dat niet. Zij zitten met hun natte kleding in hun natte tent, waar al hun kleding nat is, hun schoenen nat en modderig zijn en dat ook blijven. Op zo’n regenachtige dag praten ik en mijn collega’s elkaar moed in en proberen we elkaar vrolijk te houden. Maar wat doe je als er een alleenreizende jongen van 16 jaar blijft smeken om een tarp en je hem die niet kunt geven? Wat doe je als een moeder met een pasgeboren baby en een kindje van 1 jaar aan je smeekt of ze in de Section kan wonen, maar deze stampvol zit? Wat doe je als je hoort dat er een gezin met twee blinde kinderen in Moria is aangekomen maar alle ISO-boxen ook bomvol zitten? Wat doe je als die hoogzwangere alleenreizende vrouw een bed in de Section nodig heeft, maar al die bedden bezet zijn? Hoe zeg je liefdevol “Nee” als alles in je schreeuwt dat je deze mensen moet helpen?

Al deze vragen en steeds weer dit “Nee” zeggen zorgen ervoor dat wij als vrijwilligers na een tijdje duidelijk toe zijn aan een vakantie. Ook ik merkte dit tijdens de afgelopen weken. Na ongeveer 3 maanden kan je niet meer liefdevol en geduldig blijven. Ik merkte bij mezelf dat ik op de zoveelste vraag of we niet toch nog een deken konden geven of of er toch niet een plekje in de Section beschikbaar was, kortaf reageerde en dat ik geen zin meer had om wéér een verhaal dat doorspekt is van ellende en verdriet aan te horen. Hoog tijd dus om voor een pauze richting Nederland te komen! Op dit moment zit ik in Thessaloniki waar ik een aantal dagen even bij kan komen. Dinsdag vlieg ik naar Nederland om daar Kerst en Nieuwjaar met familie en vrienden door te brengen. Ik zie er naar uit om iedereen weer te zien en te spreken! Tot snel!

Alle foto’s in dit bericht komen van The Guardian.

Casework

Naast het werk met de alleenreizende vrouwen (Zie deze blog), heb ik ook de taak van “caseworker”, gericht op families en mensen met medische problemen. Dit houdt in dat ik zodra er een extra kwetsbaar persoon in Moria aankomt ik met die persoon of het gezin in contact kom en hen probeer te helpen. In de laatste weken zijn er met name veel Somaliërs die in Moria aankomen en te kampen hebben met heftige problemen. 

Alleen al in Section E wonen verschillende moeders met kinderen met handicaps en andere problemen. Zo is er de moeder met haar 8 jaar oude dochtertje die een grote ontwikkelingsachterstand heeft. Het meisje loopt moeizaam, ze maakt nooit oogcontact, ze kan alleen zelfstandig zitten als ze met haar rug ergens tegenaan kan leunen. Ze heeft vaak koorts en brengt veel uren van haar dag slapend door. Ook heeft ze ongeveer dagelijks aanvallen waarin ze begint te trillen en haar hele lichaam zich aanspant. Haar moeder kan niet veel anders doen dan toekijken en haar dochter geruststellen. 

Dan is er ook nog de moeder met 3 dochters, waarvan haar jongste meisje verstandelijk én lichamelijk gehandicapt is. Het meisje kan niet zelf eten, praten, zitten of lopen. De twee volwassen zussen helpen hun moeder, die ook nog eens een gebroken arm heeft, ontzettend veel, maar steeds weer is het een struggle om het meisje met rolstoel en al over het grind en het hobbelige hellinkje te krijgen.  

Maar ook buiten de sections kom ik in contact met mensen met dit soort problemen. Deze week kwamen er een zus en broer in Moria aan, beiden zijn ongeveer van mijn leeftijd. Ik ontmoette hen voor het eerst bij het infopoint dat EuroRelief middenin het kamp heeft. De broer lag languit op de grond en zijn zus hield zijn hoofd in haar schoot. Ik vroeg aan een paar collega’s wat er was gebeurd en de man bleek een aanval te hebben gehad waarbij hij buiten bewustzijn was geraakt. Er werd snel een rolstoel gehaald en de man, een persoon van groot formaat, werd in de rolstoel naar de dokter gebracht. Daar kreeg hij voor de volgende dag een afspraak voor het ziekenhuis en een verwijsbrief. Ik regelde voor de jongeman een plekje in een ISObox waar meer Somaliërs met medische problemen wonen, maar omdat die nu vol is met mannen, kon de zus daar niet wonen. Er is helaas nergens een andere plek voor haar, dus moet buiten blijven slapen… Ongeveer een uur nadat ik hun deze plek had gewezen, kwam ik de broer en zus weer tegen en bleek de broer weer een aanval te hebben gehad. Zijn zus vertelde me dat hij al ruim en half uur op de grond lag en maar niet bij kwam. Zo vaak had hij deze aanvallen nog nooit gehad, vertelde ze me. Dus weer naar de dokter, rolstoel halen, jongeman in de rolstoel krijgen, naar de dokter brengen, wachten op de reactie van de dokter en er dan achter komen dat er voor dit soort problemen hier op Lesbos eigenlijk geen oplossing blijkt te zijn. De dokter vertelde ze me dat de man naar de neuroloog moet, maar dat die in het ziekenhuis pas volgend jaar plek heeft. Dit is iets waar de dokter in Moria niets aan kan doen, en dus werden de broer en zus weggestuurd. Blijkbaar kan niemand deze mensen écht helpen. Iemand met dagelijkse aanvallen kan hier pas over 2 maanden voor het eerst de arts zien die hij nodig heeft. Tot die tijd is het wachten…

Gisteren kwam er weer een soortgelijk ingewikkelde casus binnen, het was een moeder met haar gehandicapte zoon. Mijn collega die met de vluchtelingen werkt die nieuw aankomen wees me op hun casus. De jongen was redelijk groot en vertoonde duidelijk afwijkend gedrag. De moeder haar zoon bij zijn jas vasthouden, omdat hij anders weg zou lopen. Hij had niet de rust om te kunnen blijven zitten en zijn gedrag liet zien dat hij een ernstige ontwikkelingsachterstand had. Gelijk deed hij mij denken aan een jongen met wie ik in Nederland meerdere jaren heb gewerkt. Ik weet hoe moeilijk het is om (bijna) volwassen kinderen met zulk gedrag een beetje in het gareel te houden en te voorkomen dat ze gevaarlijke dingen doen. In een gestructureerde omgeving, met weinig prikkels en alleen bekende mensen is dit al een dagtaak, laat staan in Moria, waar op dit moment bijna 14.000 mensen wonen, het hele kamp 1 grote prikkel van mensen, gepraat en geluid, stank, beweging en verandering is. De moeder had het er duidelijk moeilijk mee om haar kind in bedwang te houden. Gelukkig bleek er die dag een kamertje een van de Rub Halls (een tent van zo’n 200 vierkante meter waar tientallen kamertjes in zijn gemaakt) vrij te komen. De moeder werd erheen gebracht en toen ik hen later opzocht lag haar zoon rustig in de hoek op de grond en was de moeder ontzettend blij met het kleine, maar afsluitbare plekje dat we haar hadden kunnen geven. 

Zomaar wat casussen waar ik in mijn werk in Moria mee te maken heb. Naast mensen met dit soort handicaps, zijn er ook genoeg mensen met missende ledematen, nierproblemen, hartproblemen, kanker, gezwellen, brandwonden, asthma, granaatscherven in hun lichaam en hersenletsel. Ook die gevallen leer ik kennen en per casus kijk ik wat ik kan doen en op welke manier ik hun kan helpen. Het is een taak die me soms boven het hoofd groeit en vaak is het antwoord dat ik moet geven “Sorry, je moet wachten, ik kan niets aan je situatie veranderen. Dat is soms enorm frustrerend, maar gelukkig lukt het me ook redelijk goed om het na mijn werk weer naast me neer te leggen. Ik weet dat ik maar tot een bepaald niveau kan helpen. Gezinnen kunnen gelukkig redelijk snel naar een ander, beter kamp op het eiland en de mensen met écht acute problemen worden gezien en binnen niet al te lange tijd naar Athene gebracht. Maar toch, als gezond mens in Moria leven is al zwaar genoeg, laat staan met dit soort beperkingen. 

Wilt u meebidden?

  • Voor de mensen met heftige problemen, dat ze de (medische) hulp krijgen die ze nodig hebben.
  • Voor de ouders en verzorgers van kinderen en mensen met deze problemen, dat ze de kracht krijgen om overeind te blijven en om door te blijven gaan. 
  • Bid dat ikzelf de energie zal blijven krijgen om dagelijks met deze mensen om te gaan en naar hun verhalen te luisteren.
  • Bid voor een verandering in het systeem van Griekenland en Europa, dat de opvang en zorg voor vluchtelingen verbetert. 

De baby’s van Moria

In deze blog wil ik jullie een klein inkijkje geven in het gedeelte van Moria waar ik veel tijd doorbreng, de zogenaamde “sections”. Deze sections liggen vlakbij de ingang van het kamp, aan de voet van de heuvel waarop de rest van het kamp ligt. Er zijn in totaal 5 Sections, met de namen A t/m E. A en B zijn gedeeltes waar alleenreizende minderjarigen wonen, daar kom ik in principe niet. Wél werk ik in de andere 3 sections, namelijk C, D en E. In deze gedeeltes wonen de alleenstaande vrouwen beschermd achter een poort. Dit beschermd wonen houdt in dat alléén de mensen die in deze gedeeltes wónen toegang hebben, de mensen die in de rest van het kamp wonen kunnen de poort naar de sections niet door. In Section C en D wonen in principe de alleenreizende vrouwen zónder kinderen en in E wonen alleenreizende vrouwen met (jonge) kinderen. Section C bestaat uit 10 “containerhuisjes” met in iedere container 3 slaapkamers en een badkamertje. De kamers in de containers staan vol met stapelbedden en in iedere container wonen ongeveer 18 – 20 vrouwen. Voorbij de poort naar Section C is de poort naar Section D. Section D bestaat uit 7 tenten en per tent wonen ongeveer 10 vrouwen en aan het eind van de rij tenten staat container waarin toiletten en wastafels zijn geïnstalleerd. Achter Section D ligt Section E met 8 ISO-boxen (een soort containers) en ook een container met toiletten. Per ISO-box wonen gemiddeld 5 moeders met allemaal 1 of meerdere kinderen. In totaal wonen er in deze 3 sections dus zo’n 300 vrouwen én tientallen kinderen. 

De eerste kamer van Section C is de kamer waar ik het meeste kom. Het voorste gedeelte van deze container is een open ruimte van waaruit het eten drie keer per dag wordt uitgedeeld. Achterin de container hebben wij een klein kantoortje vanwaaruit ik en mijn teamgenoten werken en naast dat kantoortje is een kamertje voor de zwangere vrouwen. Het zwangere-vrouwen-kamertje is zo’n 5 bij 5 meter groot en heeft tegen alle wanden een stapelbedstaan en in het midden is zo’n 1 vierkante meter loopruimte. Toen ik vorig jaar in deze Section werkte werden deze vrouwen, zodra de baby geboren was, binnen niet al te lange tijd (één, hooguit twee weken) uit Moria gehaald en kregen ze een plekje in een appartement in Mytilini, de hoofdstad van het eiland. Nu gaat dat allemaal veel langzamer en zijn er amper appartementen beschikbaar en moeten de kersverse moeders in Moria in de Section blijven. 

Een van de kersverse moeders met haar pasgeboren baby’tje.

Nu weet iedereen dat zwangere vrouwen, als alles goed gaat, op een gegeven moment moeten gaan bevallen. Vlak voordat ik in Moria aankwam waren er al een aantal pasgeboren baby’s in de Section, maar sinds vorige week zijn er 3 nieuwe baby’s bij. Een van de moeders liep al een paar weken moeizaam, waggelend, met haar dikke buik en van moeite vertrokken gezicht rond en het was voor iedereen duidelijk dat het moment van bevallen niet lang meer kon duren. Wat we niet hadden bedacht was dat er 3 baby’s in 2 dagen bij zouden komen! Vorige week was het zo ver, ’s avonds brak bij een van de moeders de vliezen en mijn collega heeft haar naar de dokter gebracht, die haar vervolgens naar het ziekenhuis doorverwees. De volgende dag was het bij 2 andere moeders raak en ook zij vertrokken naar het ziekenhuis. Een van de baby’s moest met een keizersnee gehaald worden, de andere twee kwamen via de natuurlijke weg. Toen ik de volgende dag hoorde dat we 3 vrouwen in het ziekenhuis hadden met alle drie een pasgeboren baby’tje moest ik er natuurlijk heen! Samen met twee andere meiden sprongen we ’s avonds na onze werkdag in de auto om op kraamvisite te gaan. In een van de achterste kamers op de kraamafdeling lagen ze dan. In een kamer waar in Nederland misschien maximaal 4 bedden zouden staan, stonden er hier 6 en in 5 van die bedden lag een kersverse moeder, waarvan ik er 3 persoonlijk kende. Toen ik mijn hoofd om het hoekje van de deur stak en de kamer binnenstapte, veranderden hun gezichten in een grote glimlach. En wat een prachtige, schattige baby’tjes hadden ze! Met hun zachte, zwarte krullenkopjes lagen ze vredig in hun bedjes te slapen. Het zien van deze pasgeboren baby’tjes riep zoveel verschillende emoties bij me op. De komst van het nieuwe leven is een vreugdevol gebeuren, maar tegelijkertijd kon ik wel janken als ik erover nadacht dat deze kleine mensjes binnen een aantal dagen in Moria zouden zijn. De plek waar je je ergste vijand nog geen leven gunt, daar zouden ze binnenkort met hun moeders weer moeten wonen. In een propvolle kamer, in een propvolle section, in een propvol vluchtelingenkamp…

Een van mijn favoriete schattige baby’tjes. Zij is ongeveer een week voor mijn aankomst in Moria geboren.

Iedere keer als ik nu een van de baby’tjes vasthoud vraag ik me af hoe hun leven er over 5 jaar uit zal zien. Heeft het feit dat hun jonge leven in Moria begon dan nog steeds invloed op wie ze zijn en hoe ze zich ontwikkelen? Zullen ze weten dat hun moeder met een zwangere buik in een rubberen bootje is gestapt op zoek naar veiligheid en een beter bestaan? Zullen de moeders vertellen over dat kamertje vol zwangere vrouwen en pasgeboren baby’s? Zullen ze de achterstand waarmee hun leventje begon kunnen inhalen..? 

Als al deze vragen door mijn hoofd spoken is het enige wat ik kan doen, bidden of God met hen mee gaat, want gelukkig weet ik dat ook deze baby’tjes een parel in Zijn hand zijn. 

Vol, voller, volst…?

Eigenlijk was ik niet van plan om nu alweer een blog te schrijven, maar zoals u ziet doe ik het toch. Waarom? Omdat het ontzettend grote menselijke lijden in Moria niet onbekend mag blijven, omdat de situatie me zo aan het hart gaat dat ik er niet over zwijgen kan én omdat de afgelopen weken alle records verbroken zijn. Een recordaantal boten op 1 dag, een recordaantal mensen in Moria, een recordaantal mensen dat buiten moet slapen…. Deze blog wil ik jullie daarom meenemen door Moria .

Voordat ik dat doe even een korte geschiedenisles over Moria om de situatie beter in perspectief te kunnen zien. Let wel, dit is een beetje droge stof, sla deze alinea gerust over als je dit niet weten wilt. Wil je het probleem van Moria wel graag beter begrijpen, pak dan een kop koffie en lees vooral door. 

Toen in 2014 en 2015 tijdens de grote vluchtelingencrisis Moria werd “opgericht” was het een militair transitiekamp waar aangekomen vluchtelingen één of twee dagen bleven, waarna ze doorreisden naar het Europese vasteland. De foto’s van de stapels zwemvesten lang de kust en de overvolle treinen vol met vluchtelingen die Europa doorreisden richting Noord-West Europa kennen we allemaal wel. In 2016 besloot Europa echter dat dit zo niet verder kon en vanaf maart 2016 werd de omstreden Turkije-deal van kracht. Kort gezegd kreeg Turkije de taak om vluchtelingen tegen te houden en in ruil daarvoor zou Europa de vluchtelingen rechtstreeks van Turkije overnemen. De Turkse kustwacht doet sindsdien hard haar best om de boten te stoppen, maar toch blijven er boten aankomen.

Een stapel zwemvesten vlakbij de kust in het noorden van Lesbos.

De vluchtelingen die na de Turkije-deal, dus ook nu nog, Europa binnenkomen moeten in het land waar ze de grens van Europa oversteken, asiel aanvragen. Voor die asielaanvragen werden er op de Griekse eilanden langs de Turkse kust registratie en identificatie centra opgericht, zogenaamde RIC’s. Moria kreeg in maart 2016 dus ook de titel “RIC” en sindsdien moeten alle vluchtelingen die op Lesbos aankomen zich in Moria registreren en daar wachten totdat de Europese asielorganisatie (EASO) toestemming geeft om door te reizen naar het vasteland. De vluchtelingen moeten dus in Moria een voor hen onbekende tijd wachten en het kamp werd ingericht om ongeveer 3000 mensen tegelijk te kunnen opvangen totdat ze toestemming hadden om weg te gaan. Deze toestemming wordt gegeven met een “blauwe stempel” op de vluchtelingenpas die de vluchtelingen krijgen. Een blauwe stempel betekent niet dat er asiel is toegewezen, maar wel dat die persoon uit de RIC mag vertrekken. Reist een vluchteling met zo’n blauwe stempel op eigen houtje naar het vasteland, bijvoorbeeld Athene, dan belandt hij of zij daar over het algemeen op straat. Hij wordt daar immers niet verwacht. De vluchteling weet pas zeker dat hij of zij een plekje op het vasteland heeft als de Verenigde Naties daar groen licht voor geeft. De toegewezen plekken zijn, afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden van de vluchteling (bijv. alleenreizend of met familie) bijvoorbeeld andere vluchtelingenkampen of een vrouwenopvang.  

En wat zorgt er nu voor dat Moria het kamp is wat het nu is? In theorie klinkt het allemaal wel leuk, maar u weet inmiddels uit mijn eerdere verhalen wel dat de praktijk helaas anders is. Eigenlijk is het een simpele som. Zolang het aantal vluchtelingen dat aankomt gelijk is aan het aantal vluchtelingen dat vertrekt, blijft Moria ongeveer even groot en kunnen de mensen er wel oké leven. Het probleem is echter dat de asielprocedure ontzettend lang duurt en dat mensen dus lang moeten wachten totdat ze weg kunnen. Het aantal mensen dat vertrekt is dus erg laag. Aan de andere kant is het probleem dat er veel mensen bij komen. Ontzettend veel, megaveel! Zoals ik al zei is deze week het ene na het andere record verbroken. Allereerst het record van het aantal mensen dat in Moria woont, dat zijn er deze week officieel meer dan 10.000. Daarnaast het record van meeste nieuwe vluchtelingen in 1 maand sinds de Turkije-deal, namelijk 3835. Ook het record van de meeste vluchtelingen op 1 dag is verbroken: afgelopen donderdag waren dat er 650. Op diezelfde dag werd ook het record “meeste boten binnen 30 minuten” verbroken. Donderdagavond kwamen er tussen half 6 en 6 uur 13 (!) boten achter elkaar aan! Hoe dat kan weet eigenlijk niemand, maar dat al deze mensen nu naar Moria moeten is een feit. Het overvolle kamp wordt nog overvoller. 

Zelfs in de ruimtes achter de ISO-boxen staat het vol met tentjes…

Zoals ik al zei is Moria gebouwd voor ongeveer 3000 mensen. “Gebouwd voor” houdt in dat de elektriciteit, sanitaire voorzieningen en containers (ISO-boxen genaamd, ze lijken op een soort nood-klaslokalen) een capaciteit van ongeveer 3000 mensen aankunnen.  Nu er ruim 3 keer zoveel mensen moeten wonen barst het kamp letterlijk uit zijn voegen. Naast Moria ligt een olijfgaard (Olive Grove genaamd) die helemaal vol staat met allerlei tenten. De vluchtelingen zelf noemen Olive Grove ook wel “de jungle” omdat het daar wel wat weg van heeft. Er zijn weinig wasruimtes, weinig WC’s er is geen officiële elektriciteit, dus men voorziet zichzelf van stroom door stekkerdoos in stekkerdoos in stekkerdoos te plaatsen. De eigenaar van het land naast Olive Grove staat absoluut niet toe dat er tenten op zijn grond gebouwd worden (moet je eens indenken dat er opeens allemaal vluchtelingen tenten op je aardappelveld zouden bouwen, dat vinden wij in Nederland ook niet leuk), dus het is 1 grote puzzel om nieuwe plekken voor tenten te vinden. Dat zoeken naar plekken en het bouwen van tenten kost tijd en dat zorgt er weer voor dat honderden mensen al dagen, zo niet weken lang buiten op de weg moeten slapen omdat er voor heen geen plekje in het kamp te vinden is. Verder wordt in het kamp nu ook ieder open stukje gevuld met tentjes. Moria is gebouwd op een heuvel, maar zelfs op en langs de steile weg omhoog staan nu de tentjes zij aan zij. 

Onder de mensen die in of naast Moria wonen, leven zo’n 2500 kinderen waarvan ruim 200 jonger dan 1 jaar oud. Daarnaast minimaal zo’n 400 zwangere vrouwen en ruim 850 alleenstaande vrouwen met kinderen… Het zijn aantallen waarvoor je even de tijd moet nemen om ze op je door te laten dringen.. 

En deze week doen deze aantallen bij mij alleen maar de vraag rijzen: Wanneer bereikt Moria het punt dat het écht vol is…?

Van start

Op deze vrije zaterdagochtend leek het me hoog tijd om jullie in Nederland even te updaten over de afgelopen week. Dinsdag ben ik, nadat ik afscheid had genomen van mijn grote uitzwaai-comité, in het vliegtuig naar Lesbos gestapt. Het was een bijzondere ervaring om nu eindelijk in het vliegtuig te zitten dat me naar het eiland zou brengen dat, sinds ik er 2 jaar geleden voor het eerst geweest ben, altijd een plekje in mijn hart heeft gehad en het eiland dat voor het komende jaar mijn thuis zal zijn. Eenmaal op Lesbos werd ik op het vliegveld door mijn huisgenootje opgehaald. Ik kende haar al van eerdere keren dat ik hier was, dus het was erg leuk om haar weer te zien en om nu samen met haar in 1 huis te wonen. Ons appartementje ligt op een terrein waar ook een aantal andere lange-termijn vrijwilligers wonen. Het heeft een zwembad en ligt zo’n 50 meter van de kust vandaan. Kortom, een heerlijk plekje!

Het uitzicht vanuit de slaapkamer van ons appartement. On huisje ligt aan de rand van het dorpje Panagiouda, zo’n 3 kilometer van kamp Moria vandaan.
Mijn nieuwe thuis voor het komende jaar, waar de hardnodige ventilator eigenlijk non-stop aanstaat!

Woensdagochtend had ik een training/introductie voor nieuwe vrijwilligers. Omdat er in korte tijd best veel verandert op het eiland, kreeg ik, ondanks dat ik al meerdere keren op het eiland geweest ben, deze introductie ook. Tijdens de introductie hebben we ook nagedacht over waarom we hier zijn. Dat deden we aan de hand van Mattheus 25, het verhaal waarin het gaat over het laatste oordeel en waarin de schapen worden gescheiden van de bokken. Jezus zegt in dit gedeelte dat alles wat wij doen voor de geringste naaste, dat wij dat doen aan Hem. Het was erg bemoedigend om het zo met elkaar te hebben over het doel van het werk hier en waarom we hier zijn. Niet alleen om de handen en voeten te zijn van Christus, maar ook om Hem te dienen.

Na de introductie was het tijd voor een eerste bezoek aan het kamp. Ik was ontzettend benieuwd hoe het kamp er uit zou zien, wat er veranderd was en wat hetzelfde gebleven was. Iedere keer dat ik terug ben geweest voelde het kamp de eerste keer aan als compleet hetzelfde, maar tegelijk ook compleet anders. Nu was dat ook zo. Moria blijft hetzelfde, het blijft structureel overvol, het blijft zo dat er altijd vluchtelingen uit zoveel verschillende landen zijn, Moria zal altijd verdrietige én lachende gezichten hebben. Maar zoveel verandert er ook, de gezichten die ik zie zijn voor mij compleet vreemd, zaken worden anders aangepakt, het kamp ziet er anders uit, waar eerst tenten stonden staat nu niets of waar eerst niets stond staan nu tenten of containers, de gedeeltes voor kwetsbare vluchtelingen zijn uitgebreid (waar eerst alleen Sectie A, B en C waren, hebben ze nu ook D en E), er zijn nieuwe schaduwplekken, er zijn nieuwe wasplekken, waar eerst alleen grind lag is nu een betonnen pad en er zijn hekken waar dat eerst niet was. Tijdens de rondleiding maakte onze gids hierover de opmerking dat alle veranderingen iets van “permanentie” uitstralen. Betere en meer faciliteiten (waar ik ontzettend blij mee ben), geven wel het signaal af dat het kamp hier voorlopig niet zal verdwijnen en dat is iets waar zowel de Grieken als de vluchtelingen niet heel blij mee zijn natuurlijk…

Verder ben ik ook al begonnen met het casework dat ik de komende tijd zal gaan doen. Met een van de coördinatoren heb ik gesproken over de taken die ik zal gaan krijgen en ik ben erg enthousiast om hiermee aan de slag te gaan. Voor nu probeer ik vooral weer gewoon te wennen aan het zijn in het kamp. Ik doe mijn best om mijn collega’s (beter) te leren kennen, ik probeer vluchtelingen te leren kennen en langzaamaan een band op te bouwen. Daarna zal ik me meer gaan focussen op de specifieke taken die ik heb gekregen, maar daarover zal ik in mijn andere blogs nog veel meer schrijven.