Een nieuw jaar

We leven inmiddels al weer 4 dagen in 2018. Een raar idee dat het ene jaar is afgelopen en het andere is begonnen. In Nederland wordt dat uitbundig gevierd met oliebollen, appelflappen en duizenden euro´s aan vuurwerk. In Moria niet. Voor veel mensen is het geen feest dat 2017 is afgelopen want dit herinnert hen eraan dat ze hier al zo lang vast zitten, of aan hun familie zonder wie ze deze jaarwisseling moeten doorbrengen. 

Om er toch een speciale avond van te maken had ik bedacht om met de mensen in New Arrivals en de vertalers een feestje te bouwen. Zo gezegd zo gedaan, voor tientallen euro´s aan eten en drinken ingeslagen bij de Lidl en alles het kamp ingereden. De kinderen vonden het maar moeilijk te accepteren dat dit eten en drinken eerst ons kantoortje in verdween. Voordat het feest kon beginnen moest er nog echt gewerkt worden; opruimen, bijvullen, hygiënepakketjes samenstellen, voorraad controleren en vragen van mensen beantwoorden. Zodra de kinderen mij zagen riepen ze “chocolata, chocolata”. Met mijn 10 woorden Arabisch legde ik ze uit dat vanaf 10 uur het feestje zou beginnen. Thuis had ik gekleurde lampionnen gekocht en deze heb ik samen met mijn huisgenootje in het kantoortje opgehangen. De kinderen bleven maar zeuren en toen kregen we het idee om een “bioscoop” te maken. De laptop zetten we voor het open raampje neer, Tom en Jerry werd aangezet en uit mijn meegenomen speaker was het geluid buiten goed te horen. Na een tijdje liepen de kinderen echter weg om vervolgens weer terug te komen met een bankje. Daar zaten ze met zijn allen braaf op het bankje te genieten van Tom en Jerry, en niet alleen de kinderen genoten. Toen het 10 uur was begon ik met het uitdelen van drinken en hierna wilde ik koekjes en snoepjes uitdelen. Dat was in een supergrote chaos uitgelopen als niet een fantastische Arabische vrouw ons had geholpen iedereen in het gareel te houden. De snoepjes waren zo op, maar het lukte om meerdere rondes koekjes te delen en aan het eind was er nog chips. Vanaf een uur of 10 kwamen ook de vertalers even kijken hoe het met het feestje stond. Ze bleven gezellig en samen hebben we afgeteld richting 12 uur.

Tussen al deze vrolijkheden was er een meisje van een jaar of 10 dat geen koekjes wilde, terwijl ze anders het hardst riep om “chocolata”. Ze reageerde niet als ik haar vroeg waarom ze niet wilde en ook een vertaler lukte het niet om haar te laten uitleggen wat er aan de hand was. Uiteindelijk ontdekte ik dat ze haar moeder die nog steeds in Syrië is miste. Samen met haar broertje was ze met een tante een tijdje geleden vanuit Turkije overgestoken en nu we al deze feestelijkheden hadden, moest ze opeens aan haar moeder denken. Ze was verdrietig en boos tegelijk en toen ze huilend en stampend de grote tent binnenliep ging ik achter haar aan. Ik kon nog net zien hoe ze het hoekje omging en tussen twee afgeschermde bedden verdween. Ik volgde haar, ging op het bed zitten en trok haar op schoot. Daar zat ik met een hard snikkend meisje op schoot die zonder haar ouders in een vreemd land was, in een vreemde tent, tussen vreemde mensen die een vreemde taal spreken. De vrouw die voor haar zorgde vertelde me hoe de vork in de steel zat, maar ik begreep er maar een paar woorden van. Dat halfuurtje dat ik daar met haar zat heb ik me meer dan ooit tevoren gerealiseerd hoe gezegend ik ben dat ik mijn land niet hoef te ontvluchten. Dat ik kan vieren dat een nieuw jaar begonnen is en dat ik goede verwachtingen en hoop kan hebben voor het jaar dat voor ons ligt. 

Emoties

Moria lijkt op Bethlehem, er is geen plaats. Op kerst kwamen er weer nieuwe mensen aan in het kamp. Zoveel mensen dat sommmigen van hen de nacht buiten moesten doorbrengen. Ook een klein babytje moest samen met zijn broertjes en zusjes buiten slapen. Gelukkig regende het niet en scheen overdag de zon. 

De laatste dagen kwamen er geen nieuwe mensen aan, gelukkig. Toch is de tent waarin de New Arrivals aankomen nog steeds overvol. Vorige week zijn er een hoop nieuwe ISOboxen in het kamp gebracht en deze week komen er weer een paar. Veel families kunnen we daarom verhuizen van tenten naar deze soort van huisjes. Toch is het lang niet genoeg, er is voornamelijk een gebrek aan ruimte. De grieken willen niet dat we meer tenten opzetten, maar de ISOboxen die geplaatst zijn bieden niet méér woonruimte, maar alleen betere omstandigheden. Het ziet er naar uit dat de grote New Arrivalstent voorlopig dus nog wel even overvol blijft. 

Dat brengt een ander probleem met zich mee. Normaal gesproken mogen de nieuwe mensen het New Arrivals gebied niet verlaten totdat hun eerste registratie voltooid is. Veel mensen die nu in de tent wonen, zitten hier echter al weken en de eerste registratie duurt een paar dagen. Als de politie de poort gesloten houdt, kunnen al deze mensen niet weg, tenzij ze bij de poort door de politie daarvoor toestemming krijgen en kunnen aantonen dat ze de papieren van hun eerste registratie hebben. De politie heeft geen zin om van iedereen te controleren of ze het gedeelte mogen verlaten, waarop ze de grote poort maar gewoon wijdopen zetten. In de New Arrivalstent zitten veel kwetsbaren; alleenstaande moeders, alleenreizende minderjarigen en een hoop jonge kinderen. Zodra de poort opengedaan wordt, zie ik mensen de tent binnenlopen die je hier liever niet ziet en die je liever bij deze kwetsbare mensen vandaan houdt. 

Gisteren en eergisteren heb ik een avondshift gewerkt. Dat betekent dat ik om 4 uur in het kamp verwacht wordt en werk tot ongeveer 12 uur ´s nachts. Omdat de poort wijd open staat, delen we geen voedsel uit aan de mensen in de grote tent, omdat we moeilijk onderscheid kunnen maken tussen de mensen die hier daadwerkelijk wonen en de mensen die gewoon eten komen halen. Al het eten wordt naar de voedselrij gebracht waar iedereen zijn eten haalt. Omdat er geen nieuwe mensen zijn aangekomen, was er daarom niet veel te doen tijdens deze shifts. Het enige wat ik gedaan heb is onze spullen bewaken, wat onbegonnen en moedeloos werk is. Onze spullen liggen opgeslagen in een soort brede gang achter het kantoortje van New Arrivals en die gang wordt begrenst met de grote tent door een hekwerk. Onder onze spullen zijn pallets en zeilen, en dat zijn in Moria erg gewilde objecten. Zeilen worden gebruikt om tenten mee te maken of mee te bedekken en de pallets zijn erg nuttig als brandhout. Omdat de grote poort open is, kan iedereen ook achter de tent komen en met een simpel gereedschapje worden gaten in het hek geknipt en onze pullen meegenomen. We doen natuurlijk alles om de dieven te stoppen, dus steeds maken we de gaten (provisorisch) dicht, maar nog geen half uur later is er gewoon weer en nieuw gat. Toen ik gisteren dat nieuwe gat ontdekte vertelde een van de jongens me dat de dieven zeiden dat ze dit bleven doen totdat ze toestemming kregen om naar Athene door te reizen, de eerste stap naar asiel in Europa. Met het laatste restje geduld legde ik hem uit dat als het aan mij lag ik hen allemaal naar Athene of zelfs naar Nederland door liet reizen, maar dat die beslissing niet aan onze organisatie is. 

Dit laat precies zien wat hier het grootste probleem is. De asielprocedure duurt ellendig lang, weinig mensen worden doorgestuurd naar Athene, maar nog steeds komen er mensen aan. Op de oppervlakte van een winkelcentrum wonen rond de 7000 mensen van tussen de 20 en 30 nationaliteiten. De situatie is uitzichtloos en dat uiten de mensen op verschillende manieren. Sommigen doen dat door te stelen, maar veel jongeren doen dat op andere manieren, waaronder drugsgebruik en automutilatie. Eergisteren liep ik langs een groepje tieners die een pallet van ons hadden gestoken en daarvan een fijn vuur hadden gemaakt en de wietlucht was zo sterk dat ik er zelf haast high van werd. Gisteren vlak voordat ik naar huis moest kwam er een jongen samen met zijn vriend naar me toen en zijn hele arm zat onder het bloed. Ik vertelde hem dat hij naar de dokter moest gaan, maar dat wilde hij niet. Ik gaf ze wat WC papier om het bloed weg te vegen, maar het was deels al opgedroogd. Hierop pakte ik een waterfles om hem te helpen het bloed af te spoelen, maar dit wilde hij ook niet. Toch kon zijn vriend hem ervan overtuigen dat dat nodig was om het bloed weg te krijgen. Met een nat WC-papiertje veegde hij het bloed min of meer af en liep weg. Zijn vriend bleef nog even staan, haalde een scheermesje uit zijn broekzak en liet me zien hoe het bloed daar op zijn arm gekomen was. 

Als Moria een plek was waar 7000 dieren in deze omstandigheden leefden zouden allang alle dierenactivisten hierheen gekomen zijn om de situatie te veranderen. Maar het gaat hier om mensen en wij laten dit allemaal in ons mooie Europa gewoon gebeuren. Dat maakt me boos. Boos op de mensen die onze spullen stelen, ook al begrijp ik hen. Boos op de politie die niets doet tegen stelen. Boos op Griekenland dat er niet meer ISOboxen komen. Boos op Europa dat die ellendige asielprocedure zo lang duurt en mensen hier vast zitten. Boos op mezelf omdat ik een Nederlands paspoort heb en hier over een paar weken weer weg kan. Het is hartverscheurend om deze mensen zo te zien lijden en dat maakt me niet alleen boos, maar ook ontzettend verdrietig. 

Koude voetjes

Het wifi in mijn huis is ronduit slecht, maar nu heb ik even wifi dus schrijf ik deze update vanaf mijn telefoon. 

Dinsdag ben ik veilig aangekomen op Lesbos. Die avond kregen we een berichtje dat er gevechten in Moria waren een dat de meiden de volgende dag niet het kamp in mochten. We moesten gisteren allemaal beginnen in de opslag om spullen te sorteren. Daar hebben we een uurtje wintertasjes voor kinderen klaargemaakt met daarin handschoenen, een sjaal en een muts. Na een uurtje werd gevraagd of ik samen met 2 andere meiden naar het kamp wilden komen want er waren 200 nieuwe mensen onderweg naar Moria. Vorige week is me gevraagd of ik weer in New Arrivals wil werken, dus ze hadden ons nodig. Toen we in het kamp aankwamen was het alsof er niets was veranderd en toch alsof alles anders was. Het kamp was afgelopen zomer vol, maar het kamp is nu extreem vol, en toch dus weer 200 mensen onderweg. Meer dan de helft van deze mensen waren kinderen, waarvan minimaal 10 jonger dan 1 jaar. Zowat al deze mensen, ja ook de baby’s, hebben vannacht buiten in de open lucht geslapen, terwijl het ‘s nachts niet veel warmer is dan in Nederland. Gisteren hebben we deze mensen gelukkig wel dekens, kleding, hygienespullen en een slaapzak kunnen geven. 

‘s Avonds braken er echter weer gevechten uit en moesten we evacueren. Alles is nu gelukkig weer rustig. 

Een paar dagen later:

De dagen in het kamp zijn zwaar; fysiek, maar vooral mentaal. Vandaag kwam er een groep van 36 mensen aan, waarvan de helft kind was. Er waren een paar baby´s en de meeste kinderen waren tussen de 2 en 6 jaar oud. Allemaal waren ze erg nat van hun overtocht van Turkije naar Lesbos. Omdat ik samen met een paar anderen in New Arrivals werk, was ik degene die naar hen toe ging toen ze net waren aangekomen in Moria en bij de kantoortjes van de politie hun eerste registratie kregen. De kinderen huilden en stonden te bibberen in hun natte kleding. De moeders staarden voor zichzelf uit en hielden de baby´s vast. Normaal gesproken krijgen de nieuwe mensen pas kleding als de eerste registratie klaar is, dat is vaak na zo´n 3 uur, maar omdat deze mensen helemaal nat waren deden we dat nu al. Nadat ik de leeftijden van de kinderen had geschat zocht ik in onze opslag de juiste kledingzakjes voor hen uit en gaf deze aan de kinderen. Hierna kregen de volwassenen een zakje met droge kleding. Vervolgens haalden we 2 grote balen dekens en gaven we iedereen een deken. Een vrouw van de kustwacht had isolatiedekens en ook deze deelden we uit. De moeders waren echter psychisch er niet aan toe om hun kinderen uit te kleden en de droge kleding aan te doen. Ze waren half in shock en ze vouwden de dekens op, legden die naast zich neer en staarden voor zichzelf uit. Met behulp van een vertaler legde ik hen uit dat ze de natte kleding moesten uitdoen, dan de droge kleding aan, een deken moesten omslaan, daaromheen het isolatiemateriaal moesten doen. Maar nog steeds gebeurde er niet veel. Ondanks dat ze onder een overkapping zaten te wachten op hun registratie werden de kinderen door de regen alleen nog maar natter. Dus liep ik weer naar onze opslag en haalde ik ook nog maar regenponcho´s. Deze dingen zijn felgeel en toen ik hiermee aankwam kwamen alle kinderen op me af gerend en wilden ze er een hebben. 

Toen iedereen er een had, snapten ze niet wat ze ermee aan moesten. Omdat ik de kinderen niet nog natter wilde, maakte ik de verpakking van een van de poncho´s open, vouwde hem open en deed ze een voor een over de kinderen heen. Pas toen realiseerde ik me echt dat deze kinderen bijna onderkoeld zouden gaan raken. Hun handjes waren zo koud. Hun kleding was nat of vochtig en hun schoenen waren doorweekt, en nog steeds deden de moeders niets. Hierop besloot ik dan maar zelf in actie te komen. Ik pakte een jongetje van een jaar of 3 op, vroeg mijn vertaler hem te vragen waar zijn moeder was en bracht hem naar haar toe. Ik trok zijn natte kleding uit, al bibberend stond hij op mijn schoot in zijn blote billetjes. Toen we zijn schoenen uittrokken zag ik zijn voetjes. Deze zagen eruit alsof ze al uren in nat koud water hadden gezeten, waarschijnlijk is dat ook zo geweest. Ze waren ijskoud, de teentjes waren wittig en de huid was bobbelig van het water. Ik hield zijn koude voetjes in mijn handen en probeerde ze een beetje op te warmen. Ondertussen gaf zijn moeder me de droge kleding en die deed ik snel bij hem aan. Vervolgens wikkelde ik hem in een deken, hieroverheen deed ik de isolatiedeken en als laatste de regenponcho. Hij was nu als een mummietje ingepakt en ik legde hem op een van de banken neer. De beurt was aan het volgende kindje. Ook hier weer super koude voetjes, haar handjes waren ook ijskoud, ze kon ze zelfs niet meer goed gebruiken om haar droge trui aan te doen. Ook dit meisje heb ik weer in een deken gewikkeld en vervolgens heb ik haar voetjes in de deken warm gewreven. Toen dit gedaan was, was het (gelukkig warme) eten al gearriveerd, dus samen met een ander meisje hebben we dat aan hen uitgedeeld. Ik had geen tijd om alle kinderen in de dekens in te pakken, dus ik hoopte maar dat, doordat ik het een paar keer had voorgedaan de moeders zouden snappen dat ze het zo moesten aanpakken. 

Dit alles was maar 1,5 uur van mijn 9 uur durende dag in het kamp. De andere uren werden gevuld met het bijvullen van de voorraad; samen met een vertaler rondvragen in de grote tent waar de nieuwe mensen slapen of iedereen dekens en kleding had gekregen; jassen, kleding en schoenen (waar altijd een tekort aan is) uitdelen aan de ongeveer 70 mensen die gisteren zijn aangekomen en deze dingen nog niet hadden gehad; een zwangere vrouw (of eigenlijk nog een meisje) naar de dokter helpen; regenponcho´s uitdelen; mensen proberen op te vrolijken met een glimlach; kindjes een aai over hun bol geven en mijn woordenschat Arabisch bijspijkeren, vandaag leerde ik het woord botania naar het nederlands overgezet zijnde is “deken”. 

Nu hoor ik de wind om mijn appartement gieren, de regen slaat op de ramen, ik zit warm en droog in mijn appartementje, mijn kleding haal ik straks uit de wasmachine en ik kruip straks in mijn warme bed. En de mensen hier nog geen 4 kilometer vandaan slapen vannacht buiten in een tentje, of in een grote tent met 40 bedden voor zo´n 250 mensen, hun kleding is niet gewassen en als het dat is droogt het voorlopig niet, hun bed is niet warm en hun “huis” is niet droog. Welkom in Europa.

Weer terug

Sinds ik begin september weer in Nederland bent, spookt het al door mijn hoofd: Ik wil terug naar Moria. Waarom ik dat wil, snap ik eigenlijk zelf niet goed. Het is geen fijne plaats om te zijn. Momenteel wonen er ruim 6000 mensen in dit kamp ter grootte van een winkelcentrum. Bijna dagelijks komen er mensen aan. Er is tekort aan alles: veiligheid, warmte, huisvesting, kleding, speelgoed, hygiëneproducten, schoenen, medische zorg, ruimte, alles.  En toch wil ik terug.

Als ik terugdenk aan mijn tijd in het kamp afgelopen zomer, herinner ik me vooral de warmte van de mensen. De interacties met de vertalers, de nieuwe mensen die in het kamp aankwamen, sommigen met alleen dat bij zich wat ze op dat moment aanhadden. Ik herinner me kinderen die in een kratje van de heuvel afglijden, maar ook snikkende vrouwen, een moeder met 3 jonge kinderen, alleenreizende tieners (die me ten huwelijk vroegen), lieve medevrijwilligers en huis/flatgenoten en een ontzettende drive om het voor deze mensen op deze nare plaats net iets beter te maken. En daarom wil ik terug.

Omdat een reis naar Lesbos niet gratis is heb ik lang nagedacht over of ik wel terug moest gaan. Ik ben student en leef van DUO en een bijbaantje, geld over heb ik dus niet. Nadat ik God had gevraagd over of ik terug naar Moria moest, zei Hij mij dat ik maar moest vertrouwen dat geld geen probleem zou spelen. En dat bleek zo te zijn. Mijn moeder had het idee om appeltaartjes te gaan bakken en deze dan te verkopen en daarmee dan mijn reis (deels) te financieren. Dat bleek succesvol. De bestellingen bleven binnenstromen en het aantal giften was en is immens. Ik heb zelfs zoveel ontvangen dat ik geld over heb om daar uit te geven en spullen te kopen om aan de behoeftes die er op dat moment zijn tegemoet te komen. Weer een les geleerd: God voorziet, ruimschoots.   

19 december is het zo ver, dan stap ik weer in het vliegtuig om 3 weken in Moria te helpen. Welke taken ik dit keer zal krijgen weet ik nog niet precies. Afgelopen zomer heb ik de meeste tijd doorgebracht in New Arrivals, maar wellicht ligt mijn taak nu ergens anders. Ik maak me daarover geen zorgen, hulp is altijd nodig. Voor nu heb ik nog 1,5 week om me voor te bereiden. Ik zie er naar uit mijn vrienden daar weer te zien.  

Wil je zien hoe de situatie in het kamp nu is? Lees en bekijk dan dit:

https://www.vice.com/nl/article/xwvwyz/fotos-van-het-dagelijks-leven-in-een-overbevolkt-vluchtelingenkamp

http://www.spiegel.de/international/europe/conditions-on-lesbos-worsen-for-refugees-and-residents-a-1180209.html

http://www.aljazeera.com/news/2017/12/refugees-fear-winter-cramped-decrepit-moria-camp-171204125928375.html