Regen, modder en kou

Oeps, er zijn zomaar bijna 2 maanden voorbij gegaan zonder een blog! Hoog tijd dus om weer eens een update te schrijven!

Op dit moment wonen er rond de 17.000 mensen in Moria. Toen ik in augustus aankwam waren dat er rond de 9.000, in een paar maanden tijd is het kamp dus haast verdubbeld! In de zomer stond Moria al vol met tentjes en was aan de oostkant van het kamp de heuvel helemaal volgebouwd met tentjes. Op dit moment wordt het hele kamp omringd met tentjes, en dat terwijl de winter zijn intrede doet. Op onderstaande luchtfoto die afgelopen week is gemaakt valt goed te zien hoe Moria letterlijk uit zijn voegen barst.

Dit is Moria en de omliggende olijfgaarden. De rode streep linksboven is Section C, met daaronder Section D (tenten) en Section E (ISO-boxen).
Alle tenten aan de boven- en rechterkant zijn er in de afgelopen maanden bijgekomen.

De afgelopen 2 maanden heeft EuroRelief hard gewerkt om, voor zover dat kan, Moria wat meer “winterproof” te maken. Een team Nederlanders heeft op alle ISO-boxen in Moria golfplaten daken geïnstalleerd om de lekkage tegen te gaan. Ook de ISO’s in Section E zijn voorzien van een nieuw dak en gelukkig krijgen we nu geen klachten van lekkage meer. Ongeveer 2 maanden geleden hebben we ook met een groot team alle tenten in Section D vervangen en wat meer winterproof gemaakt. Met een extra laag aan de binnenkant, een stevig zeil óver en een laag pallets ónder de tent, zouden alle tenten het water en de kou enigszins moeten kunnen trotseren. Nieuw grind dat we in het pad hebben gestort moet ervoor zorgen dat het geen modderboel wordt zodra het gaat regenen. Afgelopen week hebben we deze zogenoemde “winterization” in de Section afgemaakt met elektrische verwarmers voor iedere tent en ISO-box, die met gejuich en applaus werden ontvangen.

Het contrast tussen de Sections en het gedeelte buiten het kamp is gigantisch. In Olive Grove, het gedeelte aan de onderkant van de luchtfoto, zijn lang geleden al wasfaciliteiten geïnstalleerd, de mensen daar hebben hun manieren gevonden om aan elektriciteit te komen, kortom het leven daar is nog redelijk gestructureerd. In de afgelopen maanden zijn er echter zo veel mensen aangekomen dat ook Olive Grove vol raakte. De mensen zijn daarom hun tenten op gaan slaan aan de andere kant van Moria. Waar dit 3 maanden geleden nog gewoon olijfgaarden waren, zijn deze velden nu het thuis van honderden, zo niet duizenden mensen. Hier zijn nog geen toiletten geïnstalleerd, hier is amper elektriciteit, hier geen pallets onder de tenten of elektrische kacheltjes om de mensen warm te houden. De mensen noemen het onderling de “jungle” en er is eigenlijk geen betere omschrijving.

De “jungle” waar mensen moeten zien te overleven in de modder…

Met de komst van de winter is ook de regen gekomen. Afgelopen week heeft het een aantal dagen geregend en waar Moria in de zon al een moeilijke plaats is, verandert het met de regen echt in een hel. Zelf word ik altijd erg chagrijnig als ik natregen en koude voeten krijg. Tijdens zo’n regendag moet ik steeds weer tegen mezelf zeggen dat ik aan het eind van de dag naar een schoon en droog huis kan, waar ik een warme douche kan nemen, droge kleding kan aantrekken en lekker onder de dekens in bed kan kruipen. De mensen hier in Moria kunnen dat niet. Zij zitten met hun natte kleding in hun natte tent, waar al hun kleding nat is, hun schoenen nat en modderig zijn en dat ook blijven. Op zo’n regenachtige dag praten ik en mijn collega’s elkaar moed in en proberen we elkaar vrolijk te houden. Maar wat doe je als er een alleenreizende jongen van 16 jaar blijft smeken om een tarp en je hem die niet kunt geven? Wat doe je als een moeder met een pasgeboren baby en een kindje van 1 jaar aan je smeekt of ze in de Section kan wonen, maar deze stampvol zit? Wat doe je als je hoort dat er een gezin met twee blinde kinderen in Moria is aangekomen maar alle ISO-boxen ook bomvol zitten? Wat doe je als die hoogzwangere alleenreizende vrouw een bed in de Section nodig heeft, maar al die bedden bezet zijn? Hoe zeg je liefdevol “Nee” als alles in je schreeuwt dat je deze mensen moet helpen?

Al deze vragen en steeds weer dit “Nee” zeggen zorgen ervoor dat wij als vrijwilligers na een tijdje duidelijk toe zijn aan een vakantie. Ook ik merkte dit tijdens de afgelopen weken. Na ongeveer 3 maanden kan je niet meer liefdevol en geduldig blijven. Ik merkte bij mezelf dat ik op de zoveelste vraag of we niet toch nog een deken konden geven of of er toch niet een plekje in de Section beschikbaar was, kortaf reageerde en dat ik geen zin meer had om wéér een verhaal dat doorspekt is van ellende en verdriet aan te horen. Hoog tijd dus om voor een pauze richting Nederland te komen! Op dit moment zit ik in Thessaloniki waar ik een aantal dagen even bij kan komen. Dinsdag vlieg ik naar Nederland om daar Kerst en Nieuwjaar met familie en vrienden door te brengen. Ik zie er naar uit om iedereen weer te zien en te spreken! Tot snel!

Alle foto’s in dit bericht komen van The Guardian.

Casework

Naast het werk met de alleenreizende vrouwen (Zie deze blog), heb ik ook de taak van “caseworker”, gericht op families en mensen met medische problemen. Dit houdt in dat ik zodra er een extra kwetsbaar persoon in Moria aankomt ik met die persoon of het gezin in contact kom en hen probeer te helpen. In de laatste weken zijn er met name veel Somaliërs die in Moria aankomen en te kampen hebben met heftige problemen. 

Alleen al in Section E wonen verschillende moeders met kinderen met handicaps en andere problemen. Zo is er de moeder met haar 8 jaar oude dochtertje die een grote ontwikkelingsachterstand heeft. Het meisje loopt moeizaam, ze maakt nooit oogcontact, ze kan alleen zelfstandig zitten als ze met haar rug ergens tegenaan kan leunen. Ze heeft vaak koorts en brengt veel uren van haar dag slapend door. Ook heeft ze ongeveer dagelijks aanvallen waarin ze begint te trillen en haar hele lichaam zich aanspant. Haar moeder kan niet veel anders doen dan toekijken en haar dochter geruststellen. 

Dan is er ook nog de moeder met 3 dochters, waarvan haar jongste meisje verstandelijk én lichamelijk gehandicapt is. Het meisje kan niet zelf eten, praten, zitten of lopen. De twee volwassen zussen helpen hun moeder, die ook nog eens een gebroken arm heeft, ontzettend veel, maar steeds weer is het een struggle om het meisje met rolstoel en al over het grind en het hobbelige hellinkje te krijgen.  

Maar ook buiten de sections kom ik in contact met mensen met dit soort problemen. Deze week kwamen er een zus en broer in Moria aan, beiden zijn ongeveer van mijn leeftijd. Ik ontmoette hen voor het eerst bij het infopoint dat EuroRelief middenin het kamp heeft. De broer lag languit op de grond en zijn zus hield zijn hoofd in haar schoot. Ik vroeg aan een paar collega’s wat er was gebeurd en de man bleek een aanval te hebben gehad waarbij hij buiten bewustzijn was geraakt. Er werd snel een rolstoel gehaald en de man, een persoon van groot formaat, werd in de rolstoel naar de dokter gebracht. Daar kreeg hij voor de volgende dag een afspraak voor het ziekenhuis en een verwijsbrief. Ik regelde voor de jongeman een plekje in een ISObox waar meer Somaliërs met medische problemen wonen, maar omdat die nu vol is met mannen, kon de zus daar niet wonen. Er is helaas nergens een andere plek voor haar, dus moet buiten blijven slapen… Ongeveer een uur nadat ik hun deze plek had gewezen, kwam ik de broer en zus weer tegen en bleek de broer weer een aanval te hebben gehad. Zijn zus vertelde me dat hij al ruim en half uur op de grond lag en maar niet bij kwam. Zo vaak had hij deze aanvallen nog nooit gehad, vertelde ze me. Dus weer naar de dokter, rolstoel halen, jongeman in de rolstoel krijgen, naar de dokter brengen, wachten op de reactie van de dokter en er dan achter komen dat er voor dit soort problemen hier op Lesbos eigenlijk geen oplossing blijkt te zijn. De dokter vertelde ze me dat de man naar de neuroloog moet, maar dat die in het ziekenhuis pas volgend jaar plek heeft. Dit is iets waar de dokter in Moria niets aan kan doen, en dus werden de broer en zus weggestuurd. Blijkbaar kan niemand deze mensen écht helpen. Iemand met dagelijkse aanvallen kan hier pas over 2 maanden voor het eerst de arts zien die hij nodig heeft. Tot die tijd is het wachten…

Gisteren kwam er weer een soortgelijk ingewikkelde casus binnen, het was een moeder met haar gehandicapte zoon. Mijn collega die met de vluchtelingen werkt die nieuw aankomen wees me op hun casus. De jongen was redelijk groot en vertoonde duidelijk afwijkend gedrag. De moeder haar zoon bij zijn jas vasthouden, omdat hij anders weg zou lopen. Hij had niet de rust om te kunnen blijven zitten en zijn gedrag liet zien dat hij een ernstige ontwikkelingsachterstand had. Gelijk deed hij mij denken aan een jongen met wie ik in Nederland meerdere jaren heb gewerkt. Ik weet hoe moeilijk het is om (bijna) volwassen kinderen met zulk gedrag een beetje in het gareel te houden en te voorkomen dat ze gevaarlijke dingen doen. In een gestructureerde omgeving, met weinig prikkels en alleen bekende mensen is dit al een dagtaak, laat staan in Moria, waar op dit moment bijna 14.000 mensen wonen, het hele kamp 1 grote prikkel van mensen, gepraat en geluid, stank, beweging en verandering is. De moeder had het er duidelijk moeilijk mee om haar kind in bedwang te houden. Gelukkig bleek er die dag een kamertje een van de Rub Halls (een tent van zo’n 200 vierkante meter waar tientallen kamertjes in zijn gemaakt) vrij te komen. De moeder werd erheen gebracht en toen ik hen later opzocht lag haar zoon rustig in de hoek op de grond en was de moeder ontzettend blij met het kleine, maar afsluitbare plekje dat we haar hadden kunnen geven. 

Zomaar wat casussen waar ik in mijn werk in Moria mee te maken heb. Naast mensen met dit soort handicaps, zijn er ook genoeg mensen met missende ledematen, nierproblemen, hartproblemen, kanker, gezwellen, brandwonden, asthma, granaatscherven in hun lichaam en hersenletsel. Ook die gevallen leer ik kennen en per casus kijk ik wat ik kan doen en op welke manier ik hun kan helpen. Het is een taak die me soms boven het hoofd groeit en vaak is het antwoord dat ik moet geven “Sorry, je moet wachten, ik kan niets aan je situatie veranderen. Dat is soms enorm frustrerend, maar gelukkig lukt het me ook redelijk goed om het na mijn werk weer naast me neer te leggen. Ik weet dat ik maar tot een bepaald niveau kan helpen. Gezinnen kunnen gelukkig redelijk snel naar een ander, beter kamp op het eiland en de mensen met écht acute problemen worden gezien en binnen niet al te lange tijd naar Athene gebracht. Maar toch, als gezond mens in Moria leven is al zwaar genoeg, laat staan met dit soort beperkingen. 

Wilt u meebidden?

  • Voor de mensen met heftige problemen, dat ze de (medische) hulp krijgen die ze nodig hebben.
  • Voor de ouders en verzorgers van kinderen en mensen met deze problemen, dat ze de kracht krijgen om overeind te blijven en om door te blijven gaan. 
  • Bid dat ikzelf de energie zal blijven krijgen om dagelijks met deze mensen om te gaan en naar hun verhalen te luisteren.
  • Bid voor een verandering in het systeem van Griekenland en Europa, dat de opvang en zorg voor vluchtelingen verbetert. 

De baby’s van Moria

In deze blog wil ik jullie een klein inkijkje geven in het gedeelte van Moria waar ik veel tijd doorbreng, de zogenaamde “sections”. Deze sections liggen vlakbij de ingang van het kamp, aan de voet van de heuvel waarop de rest van het kamp ligt. Er zijn in totaal 5 Sections, met de namen A t/m E. A en B zijn gedeeltes waar alleenreizende minderjarigen wonen, daar kom ik in principe niet. Wél werk ik in de andere 3 sections, namelijk C, D en E. In deze gedeeltes wonen de alleenstaande vrouwen beschermd achter een poort. Dit beschermd wonen houdt in dat alléén de mensen die in deze gedeeltes wónen toegang hebben, de mensen die in de rest van het kamp wonen kunnen de poort naar de sections niet door. In Section C en D wonen in principe de alleenreizende vrouwen zónder kinderen en in E wonen alleenreizende vrouwen met (jonge) kinderen. Section C bestaat uit 10 “containerhuisjes” met in iedere container 3 slaapkamers en een badkamertje. De kamers in de containers staan vol met stapelbedden en in iedere container wonen ongeveer 18 – 20 vrouwen. Voorbij de poort naar Section C is de poort naar Section D. Section D bestaat uit 7 tenten en per tent wonen ongeveer 10 vrouwen en aan het eind van de rij tenten staat container waarin toiletten en wastafels zijn geïnstalleerd. Achter Section D ligt Section E met 8 ISO-boxen (een soort containers) en ook een container met toiletten. Per ISO-box wonen gemiddeld 5 moeders met allemaal 1 of meerdere kinderen. In totaal wonen er in deze 3 sections dus zo’n 300 vrouwen én tientallen kinderen. 

De eerste kamer van Section C is de kamer waar ik het meeste kom. Het voorste gedeelte van deze container is een open ruimte van waaruit het eten drie keer per dag wordt uitgedeeld. Achterin de container hebben wij een klein kantoortje vanwaaruit ik en mijn teamgenoten werken en naast dat kantoortje is een kamertje voor de zwangere vrouwen. Het zwangere-vrouwen-kamertje is zo’n 5 bij 5 meter groot en heeft tegen alle wanden een stapelbedstaan en in het midden is zo’n 1 vierkante meter loopruimte. Toen ik vorig jaar in deze Section werkte werden deze vrouwen, zodra de baby geboren was, binnen niet al te lange tijd (één, hooguit twee weken) uit Moria gehaald en kregen ze een plekje in een appartement in Mytilini, de hoofdstad van het eiland. Nu gaat dat allemaal veel langzamer en zijn er amper appartementen beschikbaar en moeten de kersverse moeders in Moria in de Section blijven. 

Een van de kersverse moeders met haar pasgeboren baby’tje.

Nu weet iedereen dat zwangere vrouwen, als alles goed gaat, op een gegeven moment moeten gaan bevallen. Vlak voordat ik in Moria aankwam waren er al een aantal pasgeboren baby’s in de Section, maar sinds vorige week zijn er 3 nieuwe baby’s bij. Een van de moeders liep al een paar weken moeizaam, waggelend, met haar dikke buik en van moeite vertrokken gezicht rond en het was voor iedereen duidelijk dat het moment van bevallen niet lang meer kon duren. Wat we niet hadden bedacht was dat er 3 baby’s in 2 dagen bij zouden komen! Vorige week was het zo ver, ’s avonds brak bij een van de moeders de vliezen en mijn collega heeft haar naar de dokter gebracht, die haar vervolgens naar het ziekenhuis doorverwees. De volgende dag was het bij 2 andere moeders raak en ook zij vertrokken naar het ziekenhuis. Een van de baby’s moest met een keizersnee gehaald worden, de andere twee kwamen via de natuurlijke weg. Toen ik de volgende dag hoorde dat we 3 vrouwen in het ziekenhuis hadden met alle drie een pasgeboren baby’tje moest ik er natuurlijk heen! Samen met twee andere meiden sprongen we ’s avonds na onze werkdag in de auto om op kraamvisite te gaan. In een van de achterste kamers op de kraamafdeling lagen ze dan. In een kamer waar in Nederland misschien maximaal 4 bedden zouden staan, stonden er hier 6 en in 5 van die bedden lag een kersverse moeder, waarvan ik er 3 persoonlijk kende. Toen ik mijn hoofd om het hoekje van de deur stak en de kamer binnenstapte, veranderden hun gezichten in een grote glimlach. En wat een prachtige, schattige baby’tjes hadden ze! Met hun zachte, zwarte krullenkopjes lagen ze vredig in hun bedjes te slapen. Het zien van deze pasgeboren baby’tjes riep zoveel verschillende emoties bij me op. De komst van het nieuwe leven is een vreugdevol gebeuren, maar tegelijkertijd kon ik wel janken als ik erover nadacht dat deze kleine mensjes binnen een aantal dagen in Moria zouden zijn. De plek waar je je ergste vijand nog geen leven gunt, daar zouden ze binnenkort met hun moeders weer moeten wonen. In een propvolle kamer, in een propvolle section, in een propvol vluchtelingenkamp…

Een van mijn favoriete schattige baby’tjes. Zij is ongeveer een week voor mijn aankomst in Moria geboren.

Iedere keer als ik nu een van de baby’tjes vasthoud vraag ik me af hoe hun leven er over 5 jaar uit zal zien. Heeft het feit dat hun jonge leven in Moria begon dan nog steeds invloed op wie ze zijn en hoe ze zich ontwikkelen? Zullen ze weten dat hun moeder met een zwangere buik in een rubberen bootje is gestapt op zoek naar veiligheid en een beter bestaan? Zullen de moeders vertellen over dat kamertje vol zwangere vrouwen en pasgeboren baby’s? Zullen ze de achterstand waarmee hun leventje begon kunnen inhalen..? 

Als al deze vragen door mijn hoofd spoken is het enige wat ik kan doen, bidden of God met hen mee gaat, want gelukkig weet ik dat ook deze baby’tjes een parel in Zijn hand zijn. 

Vol, voller, volst…?

Eigenlijk was ik niet van plan om nu alweer een blog te schrijven, maar zoals u ziet doe ik het toch. Waarom? Omdat het ontzettend grote menselijke lijden in Moria niet onbekend mag blijven, omdat de situatie me zo aan het hart gaat dat ik er niet over zwijgen kan én omdat de afgelopen weken alle records verbroken zijn. Een recordaantal boten op 1 dag, een recordaantal mensen in Moria, een recordaantal mensen dat buiten moet slapen…. Deze blog wil ik jullie daarom meenemen door Moria .

Voordat ik dat doe even een korte geschiedenisles over Moria om de situatie beter in perspectief te kunnen zien. Let wel, dit is een beetje droge stof, sla deze alinea gerust over als je dit niet weten wilt. Wil je het probleem van Moria wel graag beter begrijpen, pak dan een kop koffie en lees vooral door. 

Toen in 2014 en 2015 tijdens de grote vluchtelingencrisis Moria werd “opgericht” was het een militair transitiekamp waar aangekomen vluchtelingen één of twee dagen bleven, waarna ze doorreisden naar het Europese vasteland. De foto’s van de stapels zwemvesten lang de kust en de overvolle treinen vol met vluchtelingen die Europa doorreisden richting Noord-West Europa kennen we allemaal wel. In 2016 besloot Europa echter dat dit zo niet verder kon en vanaf maart 2016 werd de omstreden Turkije-deal van kracht. Kort gezegd kreeg Turkije de taak om vluchtelingen tegen te houden en in ruil daarvoor zou Europa de vluchtelingen rechtstreeks van Turkije overnemen. De Turkse kustwacht doet sindsdien hard haar best om de boten te stoppen, maar toch blijven er boten aankomen.

Een stapel zwemvesten vlakbij de kust in het noorden van Lesbos.

De vluchtelingen die na de Turkije-deal, dus ook nu nog, Europa binnenkomen moeten in het land waar ze de grens van Europa oversteken, asiel aanvragen. Voor die asielaanvragen werden er op de Griekse eilanden langs de Turkse kust registratie en identificatie centra opgericht, zogenaamde RIC’s. Moria kreeg in maart 2016 dus ook de titel “RIC” en sindsdien moeten alle vluchtelingen die op Lesbos aankomen zich in Moria registreren en daar wachten totdat de Europese asielorganisatie (EASO) toestemming geeft om door te reizen naar het vasteland. De vluchtelingen moeten dus in Moria een voor hen onbekende tijd wachten en het kamp werd ingericht om ongeveer 3000 mensen tegelijk te kunnen opvangen totdat ze toestemming hadden om weg te gaan. Deze toestemming wordt gegeven met een “blauwe stempel” op de vluchtelingenpas die de vluchtelingen krijgen. Een blauwe stempel betekent niet dat er asiel is toegewezen, maar wel dat die persoon uit de RIC mag vertrekken. Reist een vluchteling met zo’n blauwe stempel op eigen houtje naar het vasteland, bijvoorbeeld Athene, dan belandt hij of zij daar over het algemeen op straat. Hij wordt daar immers niet verwacht. De vluchteling weet pas zeker dat hij of zij een plekje op het vasteland heeft als de Verenigde Naties daar groen licht voor geeft. De toegewezen plekken zijn, afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden van de vluchteling (bijv. alleenreizend of met familie) bijvoorbeeld andere vluchtelingenkampen of een vrouwenopvang.  

En wat zorgt er nu voor dat Moria het kamp is wat het nu is? In theorie klinkt het allemaal wel leuk, maar u weet inmiddels uit mijn eerdere verhalen wel dat de praktijk helaas anders is. Eigenlijk is het een simpele som. Zolang het aantal vluchtelingen dat aankomt gelijk is aan het aantal vluchtelingen dat vertrekt, blijft Moria ongeveer even groot en kunnen de mensen er wel oké leven. Het probleem is echter dat de asielprocedure ontzettend lang duurt en dat mensen dus lang moeten wachten totdat ze weg kunnen. Het aantal mensen dat vertrekt is dus erg laag. Aan de andere kant is het probleem dat er veel mensen bij komen. Ontzettend veel, megaveel! Zoals ik al zei is deze week het ene na het andere record verbroken. Allereerst het record van het aantal mensen dat in Moria woont, dat zijn er deze week officieel meer dan 10.000. Daarnaast het record van meeste nieuwe vluchtelingen in 1 maand sinds de Turkije-deal, namelijk 3835. Ook het record van de meeste vluchtelingen op 1 dag is verbroken: afgelopen donderdag waren dat er 650. Op diezelfde dag werd ook het record “meeste boten binnen 30 minuten” verbroken. Donderdagavond kwamen er tussen half 6 en 6 uur 13 (!) boten achter elkaar aan! Hoe dat kan weet eigenlijk niemand, maar dat al deze mensen nu naar Moria moeten is een feit. Het overvolle kamp wordt nog overvoller. 

Zelfs in de ruimtes achter de ISO-boxen staat het vol met tentjes…

Zoals ik al zei is Moria gebouwd voor ongeveer 3000 mensen. “Gebouwd voor” houdt in dat de elektriciteit, sanitaire voorzieningen en containers (ISO-boxen genaamd, ze lijken op een soort nood-klaslokalen) een capaciteit van ongeveer 3000 mensen aankunnen.  Nu er ruim 3 keer zoveel mensen moeten wonen barst het kamp letterlijk uit zijn voegen. Naast Moria ligt een olijfgaard (Olive Grove genaamd) die helemaal vol staat met allerlei tenten. De vluchtelingen zelf noemen Olive Grove ook wel “de jungle” omdat het daar wel wat weg van heeft. Er zijn weinig wasruimtes, weinig WC’s er is geen officiële elektriciteit, dus men voorziet zichzelf van stroom door stekkerdoos in stekkerdoos in stekkerdoos te plaatsen. De eigenaar van het land naast Olive Grove staat absoluut niet toe dat er tenten op zijn grond gebouwd worden (moet je eens indenken dat er opeens allemaal vluchtelingen tenten op je aardappelveld zouden bouwen, dat vinden wij in Nederland ook niet leuk), dus het is 1 grote puzzel om nieuwe plekken voor tenten te vinden. Dat zoeken naar plekken en het bouwen van tenten kost tijd en dat zorgt er weer voor dat honderden mensen al dagen, zo niet weken lang buiten op de weg moeten slapen omdat er voor heen geen plekje in het kamp te vinden is. Verder wordt in het kamp nu ook ieder open stukje gevuld met tentjes. Moria is gebouwd op een heuvel, maar zelfs op en langs de steile weg omhoog staan nu de tentjes zij aan zij. 

Onder de mensen die in of naast Moria wonen, leven zo’n 2500 kinderen waarvan ruim 200 jonger dan 1 jaar oud. Daarnaast minimaal zo’n 400 zwangere vrouwen en ruim 850 alleenstaande vrouwen met kinderen… Het zijn aantallen waarvoor je even de tijd moet nemen om ze op je door te laten dringen.. 

En deze week doen deze aantallen bij mij alleen maar de vraag rijzen: Wanneer bereikt Moria het punt dat het écht vol is…?

Van start

Op deze vrije zaterdagochtend leek het me hoog tijd om jullie in Nederland even te updaten over de afgelopen week. Dinsdag ben ik, nadat ik afscheid had genomen van mijn grote uitzwaai-comité, in het vliegtuig naar Lesbos gestapt. Het was een bijzondere ervaring om nu eindelijk in het vliegtuig te zitten dat me naar het eiland zou brengen dat, sinds ik er 2 jaar geleden voor het eerst geweest ben, altijd een plekje in mijn hart heeft gehad en het eiland dat voor het komende jaar mijn thuis zal zijn. Eenmaal op Lesbos werd ik op het vliegveld door mijn huisgenootje opgehaald. Ik kende haar al van eerdere keren dat ik hier was, dus het was erg leuk om haar weer te zien en om nu samen met haar in 1 huis te wonen. Ons appartementje ligt op een terrein waar ook een aantal andere lange-termijn vrijwilligers wonen. Het heeft een zwembad en ligt zo’n 50 meter van de kust vandaan. Kortom, een heerlijk plekje!

Het uitzicht vanuit de slaapkamer van ons appartement. On huisje ligt aan de rand van het dorpje Panagiouda, zo’n 3 kilometer van kamp Moria vandaan.
Mijn nieuwe thuis voor het komende jaar, waar de hardnodige ventilator eigenlijk non-stop aanstaat!

Woensdagochtend had ik een training/introductie voor nieuwe vrijwilligers. Omdat er in korte tijd best veel verandert op het eiland, kreeg ik, ondanks dat ik al meerdere keren op het eiland geweest ben, deze introductie ook. Tijdens de introductie hebben we ook nagedacht over waarom we hier zijn. Dat deden we aan de hand van Mattheus 25, het verhaal waarin het gaat over het laatste oordeel en waarin de schapen worden gescheiden van de bokken. Jezus zegt in dit gedeelte dat alles wat wij doen voor de geringste naaste, dat wij dat doen aan Hem. Het was erg bemoedigend om het zo met elkaar te hebben over het doel van het werk hier en waarom we hier zijn. Niet alleen om de handen en voeten te zijn van Christus, maar ook om Hem te dienen.

Na de introductie was het tijd voor een eerste bezoek aan het kamp. Ik was ontzettend benieuwd hoe het kamp er uit zou zien, wat er veranderd was en wat hetzelfde gebleven was. Iedere keer dat ik terug ben geweest voelde het kamp de eerste keer aan als compleet hetzelfde, maar tegelijk ook compleet anders. Nu was dat ook zo. Moria blijft hetzelfde, het blijft structureel overvol, het blijft zo dat er altijd vluchtelingen uit zoveel verschillende landen zijn, Moria zal altijd verdrietige én lachende gezichten hebben. Maar zoveel verandert er ook, de gezichten die ik zie zijn voor mij compleet vreemd, zaken worden anders aangepakt, het kamp ziet er anders uit, waar eerst tenten stonden staat nu niets of waar eerst niets stond staan nu tenten of containers, de gedeeltes voor kwetsbare vluchtelingen zijn uitgebreid (waar eerst alleen Sectie A, B en C waren, hebben ze nu ook D en E), er zijn nieuwe schaduwplekken, er zijn nieuwe wasplekken, waar eerst alleen grind lag is nu een betonnen pad en er zijn hekken waar dat eerst niet was. Tijdens de rondleiding maakte onze gids hierover de opmerking dat alle veranderingen iets van “permanentie” uitstralen. Betere en meer faciliteiten (waar ik ontzettend blij mee ben), geven wel het signaal af dat het kamp hier voorlopig niet zal verdwijnen en dat is iets waar zowel de Grieken als de vluchtelingen niet heel blij mee zijn natuurlijk…

Verder ben ik ook al begonnen met het casework dat ik de komende tijd zal gaan doen. Met een van de coördinatoren heb ik gesproken over de taken die ik zal gaan krijgen en ik ben erg enthousiast om hiermee aan de slag te gaan. Voor nu probeer ik vooral weer gewoon te wennen aan het zijn in het kamp. Ik doe mijn best om mijn collega’s (beter) te leren kennen, ik probeer vluchtelingen te leren kennen en langzaamaan een band op te bouwen. Daarna zal ik me meer gaan focussen op de specifieke taken die ik heb gekregen, maar daarover zal ik in mijn andere blogs nog veel meer schrijven.

Het is bijna zo ver

Zoals de titel doet vermoeden is het bijna zo ver! Al over 2,5 week vertrek ik naar Lesbos. Het moment waar ik al zo lang naar uitkijk is dan eindelijk daar. In deze blog wil ik jullie vertellen hoe ik de afgelopen weken heb ervaren en hoe ik naar het moment van vertrek toeleef.

Toen ik anderhalve maand geleden via deze website en mijn oude blog jullie lezers vertelde dat ik voor langere tijd naar Lesbos wilde gaan, deed ik dat ik het vertrouwen dat God weet wat goed is. Ik had gehoopt dat verschillende mensen zouden zeggen dat ze me wilden steunen en dat ik met het geld dat ik zelf nog heb verdiend met mijn tijdelijke bijbaantje genoeg zou hebben om een jaar op Lesbos te wonen. Wat had ik het mis! God had het veel groter in gedachten!

Ik werd overspoeld met berichtjes van mensen die mij willen steunen. Het nieuwe rekeningnummer wat ik heb geopend waar mensen eenmalige giften op kunnen storten bleek iedere keer dat ik mijn bankieren-app opende weer meer geld te bevatten. De maandelijkse toezeggingen stroomden binnen en de een na de ander gaf aan betrokken te willen zijn.

Wat een prachtige belofte die God aan ons mensen geeft!

Ik kan me voorstellen dat het besluit om voor minimaal een jaar naar Lesbos te gaan voor u als lezer klinkt als een stap in groot vertrouwen. Toch kan ik u vertellen dat het voor mij vooral ook een sprong in het diepe was. Tijdens iedere stap die ik in het proces heb gezet moest ik ook wel even slikken, was ik soms ook bang om wat het me brengen zou en heb ik getwijfeld of dit nu is wat ik moest doen. Maar God heeft tijdens het hele proces laten zien dat Hij er bij was, dat Hij al helemaal heeft voorzien in alles wat nodig is. Dat iedereen die op Hem vertrouwt niet beschaamd zal worden! Om mijzelf daar steeds weer aan te herinneren heb ik die belofte maar groots opgeschreven.

In de afgelopen weken heeft God al zo veel zegeningen gegeven! Allereerst dat ik werk vond dat ik zelf flexibel kon inroosteren en ook weer makkelijk heb kunnen opzeggen. Daarna dat Hij voorzag in woonruimte in Leiden om daar ook te kunnen werken. Toen in de giften die ik ontvangen heb en zijn toegezegd en het rekeningnummer dat mijn diaconie voor me heeft geopend (te vinden onder het kopje “Doneer”). Daarna zegende God me weer toen het appartement op Lesbos waar ik graag wilde gaan wonen beschikbaar bleek en weer toen ook bleek dat ik er een heel fijn huisgenootje zal krijgen met wie ik de huurprijs kan delen. Ook heeft God voorzien in een vliegticket, een rechtstreekse vlucht waar ik veel bagage in mag meenemen. Zo veel goedheid dat ik alleen maar kan zeggen: DankUwel!

13 augustus is het dan zo ver, dan stap ik in het vliegtuig naar het eiland waar mijn hart ligt. Tot die tijd doe ik nog een korte online cursus over mensenhandel en hoe ik als christen de vrouwen (en mannen) die daarmee te maken hebben (gehad) goed kan helpen. Ook ga ik nog een weekje op vakantie en ga ik hard genieten van het nu nog samen zijn met mijn familie. Op zondag 11 augustus zal er een speciale dienst zijn waarin ik naar Lesbos zal worden uitgezonden. Hier bent u van harte voor uitgenodigd!

Mijn volgende blog schrijf ik waarschijnlijk als ik al op Lesbos zit, tot dan!

Toekomstplannen

Op deze zonnige laatste dag van mei wil ik jullie in deze blog meenemen in een proces waar ik de afgelopen maanden doorheen ben gegaan en zal ik vertellen welke plannen er zijn voor de toekomst.

Ik hoef jullie niet te vertellen dat Moria op Lesbos een bijzondere plaats in mijn hart heeft gekregen. Toen ik afgelopen september uit Moria vertrok, ging dat gepaard met een soort tweestrijd. Aan de ene kant hoopte ik na mijn stage op Curaçao weer terug te kunnen naar Moria, maar aan de andere kant hoopte ik door mijn stage aan de andere kant van de wereld, Moria echt achter me te kunnen laten. Zodat ik, als mijn stage eenmaal afgelopen zou zijn, gewoon in Nederland een baan kon zoeken en dat Moria voor mij een gesloten boek zou zijn. Dat zou me een heleboel gedoe schelen en op die manier zou ik gewoon op mijn eigen carrière kunnen focussen.

Dat is echter niet wat er gebeurde. Toen ik daar op Curaçao zat kon ik juist de situatie van de mensen in Moria niet loslaten. Ik vroeg me dagelijks af hoe het zou zijn met de vrouwen met wie ik gesproken had. Ik vroeg me af wat er terecht zou komen van dat meisje dat zo graag met me mee had gewild naar Nederland en hoe het al die mensen in tenten zou vergaan wanneer de kou van de winter zijn intrede op Lesbos zou doen. Het “Moria achter me laten” ging niet zo goed als ik gehoopt had en eigenlijk wilde ik het liefst op het vliegtuig stappen om er weer heen te gaan.

Dit verlangen om weer in Moria te mogen werken heb ik toen voor God neer gelegd. Ik wist dat ik alleen terug zou kunnen naar Moria als het Zijn weg was. Gaan leven zonder vast inkomen zou alleen mogelijk kunnen zijn als Hij degene is die mij stuurt. Het was een moeilijk proces om dit voor God neer te leggen en er echt op te vertrouwen dat het antwoord zowel “Ja” als “Nee” kon zijn.

God heeft me in dat proces duidelijk gemaakt dat ik Zijn stem mag volgen en dat Hij voor me uitgaat (Johannes 10:4), Hij zal voorzien in alles wat nodig is en alle tekorten van mij zal Hij aanvullen (Filippenzen 4:19). Na een redelijke worsteling heb ik besloten om in vertrouwen op God de komende tijd op Lesbos te gaan wonen om in Moria te werken.

Dit wil ik gaan doen in de overtuiging dat God ons mensen oproept om recht te doen aan de verdrukten. Door medeleven te tonen aan de verdrukten en te werken aan het herstellen van gerechtigheid wil ik in Moria een levend getuigenis zijn van Gods liefde voor kwetsbare mensen die lijden onder onrechtvaardigheid.

Voor die kwetsbare vrouwen die het slachtoffer zijn geweest van mensenhandelaren, voor die moeder met die jonge kinderen die het alleen moet zien te rooien, voor dat meisje van 9 dat door de oorlog in haar thuisland haar jeugd heeft verloren, voor die man die de verschrikkingen van zijn jeugd als kindsoldaat niet los kan laten, voor die vrouw met polio die zonder rolstoel zich een weg vecht door Moria, voor die man die door zijn verwondingen alleen maar op bed kan liggen en voor die tieners die keer op keer weer hun toevlucht zoeken tot scheermesjes om met de lichamelijke pijn hun psychische pijn te verzachten. Voor al deze mensen wil ik in Moria een luisterend oor zijn, ik wil iets doen aan hun situatie, hoe klein dat verschil dan ook is, ik wil hun bijstaan en hun die beker koud water geven.

Praktisch houdt het in dat ik hoop komende zomer naar Lesbos te vertrekken om daar voor minimaal een jaar in Moria te werken. Dat betekent dat ik mij op dit moment hierop aan het voorbereiden ben, zodat ik hopelijk zonder al te veel zorgen kan vertrekken. Om dit (financieel) mogelijk te maken woon ik momenteel weer even in Leiden om hier tijdelijk te werken en wat geld te verdienen. Daarnaast ben ik bezig met mijn fondsenwerving. Het leven op Lesbos kost geld en werken met EuroRelief is een vrijwillige functie zonder inkomen. Ik ben daarom op dit moment op zoek naar bedrijven, kerken of mensen die mijn financieel zouden willen ondersteunen. Ik zou het ontzettend waarderen als u of jij ook eenmalig of periodiek iets wil bijdragen aan het werk wat ik hoop te gaan doen op Lesbos. Iedere euro is ontzettend welkom! Wil jij mij en het werk op Lesbos ondersteunen, laat het me dan weten. Alvast heel erg bedankt!

Losse giften kunnen op dit moment worden overgemaakt naar NL85 INGB 0795713061 tnv D. Molenaar. 

Wil je me maandelijks steunen? Hiierover binnenkort meer.